Gezinstijd


CoverVrijbuitersHoe gaan kinderen om met de organisatie van hun dagelijkse tijd? Wat betekenen ‘gezinstijd’ en ‘vrije tijd voor hen en hoe geven ze er zelf mee vorm aan?

Eten is echt wel het praatmomentje van de dag.

Thuis kan je beslissen wat je doet en hoe, en je mag zo hard spelen als je wil.

Met je sport wil je wel iets bereiken in je leven.

Dat is eens leuk, geen activiteiten, dan kunnen we spelen.

Het gezin, de kinderopvang, het vakantiespeelplein, de sportclub: allemaal geven ze de (vrije) tijd van kinderen een zekere organisatie. Kinderen gaan daar actief mee om, spelen in op kansen en trachten beperkingen te omzeilen. Zo geven ze die tijd mee vorm en kleur.

Over vrijbuiters en ankertijd onderzoekt hoe kinderen hun alledaagse tijd beleven en er zin aan geven. Nu eens zijn kinderen vrijbuiters, volop bezig hun tijd helemaal zelf vorm te geven. Dan weer zijn ze op zoek naar ankertijd: tijd die toelaat om zich geborgen te weten en zich thuis te voelen.

Vanuit het belevingsonderzoek dat hij de voorbije jaren bij Kind & Samenleving voerde over gezinstijd, georganiseerde vrije tijd en brede school, houdt auteur Johan Meire een pleidooi om kinderen en hun tijdsbeleving ernstig te nemen. Kinderen de tijd en ruimte gunnen om greep te krijgen op hun dagelijkse tijd, is in onze versnellende maatschappij een belangrijke manier om hun deelname aan de samenleving te ondersteunen.

Een boek over bedrituelen en alleen thuis zijn, over tactieken en verveling, over huiselijkheid en kampen bouwen.

Johan Meire (2013), Over vrijbuiters en ankertijd. De tijdsbeleving van kinderen onderzocht. Brussel: Kind & Samenleving. 238pp.

U kan het bestellen bij Kind & Samenleving door een mailtje naar info@k-s.be met uw naam, adres en de titel van het boek. Het boek kost 15 euro, verzendingskosten in België inbegrepen. Het boek is ook te bestellen via de verschillende landensites van Amazon.

Klik hier om de inhoudstafel en de inleiding van het boek te downloaden.

Advertenties

Maar ja, ik weet dat ook wel, ik ben de enige in de klas zonder van dat soort hobby’s. Maar ik vind dat niets hé, dat mogen die doen, die vinden dat leuk. Maar ik niet zo, ik heb liever mijn, allee, mijn vrijheid zo (lacht)…. En ik speel nog graag (lacht).

Aan het woord is Niels, negen jaar oud. Hij houdt zijn vrije tijd liever informeel: zonder vaste, georganiseerde vrijetijdsactiviteiten zoals de muziekschool, de sportclub of de jeugdbeweging. “Ik ben meestal thuis of bij familie, mijn neefjes en nichtjes. Om te spelen en zo.” Na school, in het weekend of in de vakantie ziet hij zijn neefjes en nichtjes bijvoorbeeld heel vaak: de families van beide ouders zijn uit dezelfde gemeente afkomstig, en ook hun broers en zussen hebben kinderen. Die spelen dan gewoon onder elkaar. Over georganiseerde hobby’s zegt Niels’ moeder Nadine: “Hij vraagt daar niet naar. Hij heeft daar geen behoefte aan, hij vindt dat eigenlijk allemaal gewoon hier op straat of in huis of bij andere kinderen.”

Niels weet dat hij daarmee een uitzondering is, en heeft een beetje de neiging om die keuze uit te leggen en ze te verantwoorden, alsof dat zou moeten.

Een uitzondering?

Want het is nu eenmaal zo dat veel kinderen, zeker in Niels’ leeftijd – zeg maar van 8 tot 12 jaar –, hun vrije tijd met georganiseerde vrijetijdbestedingen invullen. Ze vinden het contact met de leeftijdsgenoten en de activiteiten leuk, hebben er plezier in om iets nieuws te leren of steeds beter te kunnen. Ze hoeven zich zo ook geen zorgen te maken of er in hun vrije tijd wel iets te doen zal zijn en of er wel andere kinderen zullen zijn. En de meeste ouders vinden dat goed: in hun hobby’s leren kinderen omgaan met anderen, hun lichaam of hun geest ontwikkelen, hun eigen boontjes doppen, respect hebben voor de trainer en voor elkaar,…

Wel zitten die ouders dan vaak opgescheept met het georganiseer dat die hobby’s met zich meebrengt. De activiteiten hebben een vast tijdstip en gebeuren op een vaste plaats. De dag van kinderen wordt zo opgedeeld in blokken schooltijd, thuistijd, verplaatsingstijd, activiteitentijd, verplaatsingstijd, thuistijd… Maar zelfs als ze bijna elke dag een uithuizige activiteit hebben, vinden kinderen nauwelijks dat ze het daardoor druk hebben. Hun hobby’s zijn voor hen leuke, betekenisvolle tijd, en kinderen benadrukken dan steeds weer dat ze best nog genoeg vrije momenten hebben voor of na hun hobby’s.

De vrije tijd in eigen handen

Het gezin is dus, als gezin-in-de-samenleving, ook een uitvalsbasis voor die vrijetijdsactiviteiten. Voor Niels, die zijn vrije tijd liever ‘informeel’ invult en dus meer thuis of op straat speelt, is dat eigenlijk ook zo. Alleen is deze tijd flexibeler: er zijn geen vaste tijdstippen voor, en even snel terugkomen om samen met het gezin te eten, kan makkelijk.

Dat Niels geen georganiseerde vrijetijdsactiviteiten heeft, komt niet omdat het anders druk zou zijn: “ik ben hier ook altijd bezig”, zegt hij. Maar het verschil is dat hij vindt dat hij dan veel meer zelf in handen heeft.

Ik doe liever wat ik zelf wil. Dat is mijn vrije tijd. Ik wil dan zelf kiezen wat ik wil doen. Ik vind dat dan moeilijk dat je dan moet luisteren naar de leider of de juf of zo. Je wil dan spelen of zo maar je mag dat niet, je moet luisteren!

Ook in andere gezinnen zijn best wel wat kinderen die de voorkeur geven aan informele vrije tijd. “Vrije tijd is echt haar tijd”, zegt Denise over dochter Dana. “Ze vult die een beetje in zoals ze zelf wil.” Ruben speelt graag en heeft maar één vaste hobby, hockey, “en daar gaat hij ook voor. En daar is hij content mee, het is alsof hij geen plaats heeft om meer dingen te doen,” aldus mama Rozanne. En de kinderen van Heleen hebben al wel een paar activiteiten uitgeprobeerd, maar “eigenlijk doen ze het liefst wat ze zelf willen met hun vrije tijd. Ze moeten al een hele week op school heel gestructureerd bezig zijn, en om dat dan in het weekend ook nog eens te doen, nee, dat zien ze niet zitten.”

De woonomgeving helpt

Heleen en haar kinderen wonen in een buurt waar veel buiten gespeeld wordt. Dat is ook zo bij Niels. Zijn informele vrijetijdsinvulling wordt dus erg vergemakkelijkt door de woonomgeving. Niels speelt veel op straat, zeker in de zomer. Daarvoor heeft hij een vast groepje, want niet alle kinderen spelen graag buiten. Je vrije tijd informeel invullen zorgt ervoor dat je zelf meer in handen hebt wat je gaat doen, maar er is ook wat meer onzekerheid: je kan buiten op straat gaan spelen, maar zullen er ook andere kinderen zijn? Die ‘beschikbaarheid’ van andere kinderen is erg belangrijk. Niels vindt die bij zijn neefjes en nichtjes, en gewoon in zijn straat. Dat hij veel buiten speelt, hangt dus ook samen met het karakter van de wijk, zegt papa Nico: “dat is hier een nogal levendige buurt, in de zin dat de mensen elkaar wel kennen, er is behoorlijk wat contact onderling en ook een wijkwerking. En er is hier altijd wel veel buiten gespeeld.” De wijk is acht jaar geleden gebouwd en er zijn vooral gezinnen met jonge kinderen komen wonen.

Dus er wonen hier wel veel kinderen, en omdat het hier bijvoorbeeld een doodlopende straat is wordt er ook veel gewoon op straat gespeeld, van alles, gefietst, op straat met krijt tekenen, voetballen… Dat kan makkelijk want je komt hier niet als je hier niet woont of als je hier niet moet zijn. Dus dat is ideaal. (Nico)

En ook de ouders ondersteunen

Bovendien wordt Niels in zijn informele invulling van de vrije tijd gesteund door zijn ouders Nico en Nadine. Zij delen Niels’ voorkeur voor informele (vrije) tijd, hebben zelf geen vaste vrijetijdsactiviteiten en zeggen over zichzelf: “wij zijn zo geen planners”. Ze appreciëren de rust die de afwezigheid van vaste vrijetijdsactiviteiten met zich meebrengt:

Toch in elk geval veel en veel rustiger dan zo dat gehol van hot naar her om toch maar al die activiteiten te kunnen doen. Daar wordt bij ouders vaak over geklaagd, maar ik vind, dat is toch een stuk levenskwaliteit die je ook zelf in de hand hebt. Hoe nodig is dat allemaal hé. (Nadine)

De voorkeuren van de kinderen reflecteren inderdaad niet zelden een levensstijl van de ouders. Zo geeft Heleen aan dat zij thuis “niet zo strikt [zijn] in de tijdsindeling. Er is zo geen vaste tijd van eten en zo, dat is allemaal nogal vrij losjes. (…) Wij zijn geen grote planners. (…) Wij zijn niet zo heel gestructureerd.”

Raf, de vader van Ruben, geeft iets gelijkaardigs aan:

Wij zijn een gezin dat niet zo gemakkelijk kan omgaan met drukke dingen. Dingen die tot stress kunnen leiden. Dus proberen we al de tijd die we hebben niet vol te steken met van alles.

Zijn vrouw Rozanne verantwoordt dat als een keuze:

We zijn nogal onthaastend, soms een beetje lui, we willen ons ook een beetje bewust afzetten tegen de holmentaliteit van de maatschappij.

Zoals sommige ouders de vrijetijdsactiviteiten van hun kinderen in een ‘nuttige’ richting proberen te sturen, zo vindt Raf dat de informele vrije tijd andere opvoedingskansen biedt:

We vinden ook wel dat ze zich mogen vervelen. In die zin dat ze ook eens zelf dingen mogen doen, zelf creatief omgaan met de tijd die ze hebben en dat het niet voor hen gedaan wordt. We proberen dat. In onze omgeving zijn we daar vrij alleen in. De meeste mensen van onze vriendenkring, daar is het programma redelijk gevuld. Maar daar willen we over waken.

*

Kind & Samenleving deed onderzoek naar de manier waarop kinderen en hun ouders hun gezinstijd beleven en vorm geven en praatte daarvoor met 30 kinderen en evenveel ouders uit 20 gezinnen. De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

In eenoudergezinnen staat de ouder er in de zorg voor de kinderen quasi alleen voor. Zeker de combinatie van de gezinstijd met werk en vrije tijd is helemaal niet vanzelfsprekend. Dat is zo voor de meeste ouders, maar voor eenoudergezinnen stelt de kwestie zich toch scherper. We kijken even mee in de gezinnen van alleenstaande moeders Valérie en Kathy, die allebei een zoon hebben.

 

De uiteenlopende uren van werk en school opvangen

 

Flexibele uren

Het verschil tussen de langere werkdagen en de kortere schooldagen kan soms worden gemilderd door deeltijds te werken, of door de werkuren wat aan te passen – als dat tenminste mogelijk is.

Valérie vertrekt ’s ochtends naar haar werk als zoon Valentin (10) aan zijn ontbijt begint. Hij is oud genoeg is om ’s morgens alleen te eten en naar school te vertrekken, zodat Valérie ’s avonds op tijd terug kan zijn om hem op te halen van school, waar er tot vijf uur studie en opvang is.

Ik heb wel redelijk flexibele uren. Dus ik kan ook vroeg beginnen en vroeg stoppen als dat nodig is. (…) Nu vertrek ik als hij juist aan het ontbijt bezig is, dan win ik tijd. En ik kan hem daarin vertrouwen, die is daar heel consciëntieus in. Die is nog nooit te laat gekomen op school.

 

Kathy, die ook alleenstaande moeder is, werkt vier vijfden in een kaderfunctie die enerzijds veel eisen stelt op de werkvloer en die vaak ook lange dagen inhoudt; maar anderzijds laat haar dat toe om haar uren wat flexibel te kiezen en af te stemmen op de tijd met haar negenjarige zoon Kobe.

Dat is een beetje dubbel, op mijn werk heb ik redelijk wat autonomie in hoe ik mijn werk organiseer, dus ik kan daar wel dingen forceren die een ander misschien niet gedaan zou krijgen, ik ben daar heel eerlijk in. Dat is dan een keer een voordeel van die functie.

 

Die flexibiliteit is niet altijd vanzelfsprekend. Voor een deel is dat een kwestie van geluk: niet iedereen heeft de mogelijkheid om de eigen werkuren af te stemmen op de gezinsbehoeften.

  

Uitbesteden van de zorg voor kinderen

Het probleem van de uiteenlopende school- en werkuren wordt door veel gezinnen opgelost door de zorg voor de kinderen even ‘uit te besteden’: kinderen gaan naar de opvang op school, bij een onthaalmoeder of in een buitenschoolse opvang; of ze kunnen terecht bij grootouders of bij buren. Ook hier is een beetje geluk van belang, zoals Kathy opmerkt.

Ik mag mij gelukkig prijzen dat mijn ouders, die wonen hier dus ook in het dorp, dat die eigenlijk de opvang van Kobe kunnen doen. Zowel in het schooljaar na school, als in de vakantie.

Dat maakt de lange werkdagen van Kathy draaglijker: “Ik heb dan de grote grote chance dat ik op mijn ouders kan rekenen.” Als ze Kobe gaat ophalen is het vaak al zeven uur, en dan heeft hij al gegeten. Ze verkiest de opvang door haar ouders ver boven een buitenschoolse opvang.

Over de tijd bij zijn grootouders blijft Kobe zelf wat op de vlakte. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor de woensdagnamiddag, wanneer zijn moeder thuis is:

Mama probeert dan altijd geestige dingen te doen. Dingen die ik leuk vind. Zo ergens waar ik mij kan… uitleven. Dat kan zijn met de vlieger naar het strand. Of gaan kijken naar de vliegtuigen. Of ik voetbal met mama. Ja, mama kan dat nog goed. Dat is nog leuk.

Kathy:

Ik probeer de woensdagnamiddag ook echt voor hem vrij te houden. Dat we eens iets kunnen doen samen. Eens voetballen of gaan zwemmen, of gewoon lui in de zetel liggen tv kijken. Dat kan allemaal.

 

 

Ouders offeren de eigen vrije tijd op

Heel veel ouders, zeker niet alleen in eenoudergezinnen, zetten hun eigen vrijetijdsactiviteiten tijdelijk op een laag pitje om alle kansen aan hun kinderen te geven. Denise, die alleen voor haar twee dochters zorgt, beschouwt dat heel bewust als een tijdelijke fase:

Daar heb ik ook heel bewust voor gekozen, om niet meer naar de film en naar theater te gaan zoals ik dat vroeger deed. Ik zal wel wachten tot ze groter zijn en dan pak ik dat terug op. Ik kan net zo goed hier een goed boek lezen. (…) Ik weet dat er een aantal dingen niet meer kunnen, en ik voel dat meer aan als part of the deal.

 

Er alleen voor staan

Kobe gaat niet graag naar school, en heeft last van het hoge tempo en de lange schooldagen. Dat baart ook moeder Kathy zorgen: “Ik lig daar ook al een keer wakker van en ik ben daar ook veel mee bezig.”

Net als voor andere kinderen die het moeilijk hebben op school, is de vakantietijd voor Kobe en voor Kathy een bevrijding. “Dat is helegans anders”, zegt Kobe over de vakantie, en Kathy noemt de vakantie “een bevrijding, echt waar. Voor mij, en voor Kobe, dat is dan precies of die is van al zijn problemen verlost hé.” In de vakantie is de school in Kobes hoofd “heel ver weg”, zegt Kathy, “Terwijl, anders, ik denk wel dat dat op hem weegt.”

 Dat gewicht drukt ook op Kathy zelf:

Want zoals ik zei, de vakantie, dat is een bevrijding en dat is dan niet omdat er plots zoveel meer tijd is, maar gewoon omdat er een hoop van die zorgen wegvallen… De druk die hij heeft en die ik heb, dat is zo van, ‘er mag niets fout gaan, of we zitten in de miserie’. Zo van schoolprestaties en zo. En voor mij ook hé, als ik iets fout doe, dan zit Kobe misschien met de gevolgen, en ook voor mezelf, ge kunt dat eigenlijk met niemand echt delen, dat is eigenlijk wel zwaar.

 

Vakantieperiodes

Vakantieperiodes zijn zeker voor éénoudergezinnen moeilijk om te overbruggen. “Ik sta er alleen voor,” zegt Kathy daarover. “Er zijn veel ouders die de vakantiedagen een beetje onder mekaar verdelen, en dan wel een stukje samen, maar die kunnen zo al een ferm stuk van de vakantie overbruggen. Maar als je alleen bent, er is niets te verdelen hé.”

Ze kiest resoluut om zoveel mogelijk vakantietijd samen met zoon Kobe te “forceren”, maar botst tegelijk op de grenzen van wat voor haar als alleenstaande ouder mogelijk is.

Ik probeer dat dus altijd te forceren, dat is soms een beetje kunst- en vliegwerk, dat ik een hele maand vakantie kan hebben met hem in de zomer. Dan gaan wij twee weken op reis en dan hebben wij nog tijd samen hier. Dan offer ik mijn eigen vakantiedagen aan hem op, zogezegd, allee, aan hem-en-mij. Voor mezelf is er dan minder tijd, maar dat is dan maar zo, dat heb ik daar ook graag voor over. De tijd die ik er dan ben, die wil ik er ook echt zijn, niet half en half.

Kobe zelf is graag thuis met haar: “dat is gewoon zo. Dat is van mij en van mama”. Die gewaardeerde en gedeelde tijd is er wel alleen “met dien verstande dat ik dus de rest van de vakantie en ook het grootste deel van de andere schoolvakanties werk”, zegt Kathy.

En dat is echt enorm moeilijk. Ik sta daar alleen voor, toch als ouder. Ik heb dan wel enorm veel aan mijn ouders. Maar ik vind het lastig om die ook te gaan belasten in de vakanties. Maar Kobe gaat daar dan dus ook naartoe.

Bovendien gaat Kobe nog een week op kamp, en een week naar de opvang: “dat vult dan de gaten een beetje op. Maar dat is lastig, vind ik”.

 

Ook Valérie dient nogal te puzzelen om de vakantieperiode van zoon Valentin te overbruggen. Ze heeft drie weken verlof, en Valentin is twee weken bij zijn vader. “De rest, dat is wat puzzelen (…) Dat is elke keer weer een beetje zien.” Valentin gaat twee keer op kamp en is ook vaak bij zijn grootouders.

In de week dat Valentin op kamp is met de scouts, heeft Valérie ook voor een deel verlof.

Dat is een beetje dubbel. Ik ben niet zo graag hele dagen alleen thuis, zonder hem. Maar toch, dat weekske, allee, een dag of vijf zeker, dat ik verlof heb en hij is op kamp… Ge moet dat verstaan, Valentin is een hele makkelijke hé (…) Maar dan is het toch echt supertof om eens alleen aan uw eigen te moeten denken.

Tegelijk is de tijd met Valentin voor haar de ideale tijd:

Ha ja, daar moet ik niet over denken, dat is voor mij echt genieten van samen zijn met hem en niets moeten. We gaan dan altijd een week of een goeie week samen op vakantie, met de auto, hij leest dan de kaart. En goed hé! Ergens in Frankrijk, en dan nog een weekske thuis, of een keer naar de zee (…) Zo van die dingen, echt samen dingen doen. Of gewoon samen zijn, dat moet niet altijd… [iets spectaculairs zijn].

Valentin houdt van de reis:

Zo omdat ik de kaart lees, en ook gewoon. Zo samen zijn. Ja, gewoon. Dat is leuk. En mama vraagt altijd wat ik graag wil doen of zien of eten of zo. En dan doen we dat meestal (lacht).

*

 

Kind & Samenleving deed onderzoek naar de manier waarop kinderen en hun ouders hun gezinstijd beleven en vorm geven en praatte daarvoor met 30 kinderen en evenveel ouders uit 20 gezinnen. De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire 

 

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

 

 

 

 

                           

Opgroeien betekent onder meer dat kinderen geleidelijk aan meer autonomie zoeken. Ze gaan meer en meer naar een eigen kamer verlangen. Of hun kamer was vroeger louter een slaapplek, maar wordt nu plots een belangrijke ruimte. Ruimte én tijd voor zichzelf worden belangrijker: misschien door eens alleen thuis te zijn, maar ook door wat tijd voor zichzelf te vinden in het ‘samen-apart’ thuis zijn, waarbij iedereen wel thuis is maar elk zijn of haar eigen ding doet.

Maar vrijheid wordt vooral buitenshuis veroverd. Het gezin is daarbij de uitvalsbasis. Een beetje ‘blijven hangen’ na school, wat langer buitenspelen, de vrienden die belangrijker worden dan de vaste vrijetijdsactiviteiten…

‘Blijven hangen’

Ouders gunnen hun opgroeiende kinderen meer en meer vrijheid. Ze weten dat de tijd met vrienden belangrijker wordt als hun kinderen ouder worden, en komen daar beetje bij beetje aan tegemoet.

Het makkelijkst kan dat in een omgeving die voor de kinderen dagelijks en vertrouwd is. ‘Blijven hangen’ na school is vaak een eerste stap.

De zussen Isa en Iris komen na schooltijd met de bus naar huis, maar “eerst blijven we meestal nog wat hangen”, zegt Isa. “Dan missen we de eerste bus, toevallig (lacht), en dan nemen we de volgende.” Isa zit in het zesde leerjaar maar neemt de bus samen met haar zus, die in het tweede middelbaar zit. Veel van haar vriendinnen nemen een latere bus, en de ouders van de meisjes weten wel dat dit een leuke tijd is.

Maar we mogen dat ook hoor van onze ouders. Als het niet te lang duurt hé. Vroeger moesten we direct terugkomen, maar omdat mijn zus al wat… Die zit dan al in het tweede middelbaar, dan hebben mama en papa ook wel gezien dat ze nog wat wil babbelen of zo na school, en dat mag dan eventjes, maar dan moeten we samen terugkomen. (Isa)

Oudere zus Iris had daarvoor gepleit:

Gewoon één bus niet nemen en dan de volgende. Ik had zo gezegd dat de bus dan veel te vol zit. En dat is ook wel zo hé. Maar papa en mama weten ook wel dat dat is om nog een beetje te babbelen aan school en ze verstaan dat wel. Dus ze hebben dat toegelaten, en ik vind dat dus heel tof hé, dat dat mag.

“Dat is ook een beetje hun vrijheid veroveren”, zegt mama Ilse. “Dus profiteert Isa daar ook van, dat Iris dat mag. Of dat ze dat gedaan gekregen heeft” (lacht).

Opgroeiende kinderen gebruiken dan vaak hun gsm als een extra middel om met hun ouders over hun vrijheid te onderhandelen. Voor de elfjarige Gina is de gsm een belangrijke manier geworden om met elkaar verbonden te blijven, en zo nodig afspraken te heronderhandelen.

Ik blijf vaak plakken aan ’t school, dus dan blijf ik een half uurtje of een uurtje, met vriendinnen op het plein. Daar is een voetbalpleintje naast, dan voetballen wij zo, en dan praten wij. En dan bel ik naar mijn mama met mijn gsm of dat ik naar huis moet komen of dat ik nog even mag blijven. (Gina)

Voor ouders is de gsm een middel tot controle; maar net als bij het ‘alleen thuis blijven’ van kinderen is de verbinding van op afstand ook een wederzijdse geruststelling, voor ouders en voor kinderen.

Ook in het buitenspelen in de buurt kan de gsm die rol spelen. Wie veel buitenshuis speelt zonder dat dit georganiseerd wordt, zoals gewoon buiten spelen op straat, verwerft als vanzelf een stukje autonomie. Misschien moeten kinderen dicht bij huis blijven, maar tot op zekere hoogte beslissen zij zelf wat ze doen. Het gezin van Heleen woont in een dorp waar heel veel op straat en in parkjes wordt buitengespeeld. De kinderen lopen er ook makkelijk elkaars huis in en uit. De zevenjarige Hella moet dan telkens thuis komen vragen of ze ergens langer mag blijven of elders mag gaan spelen. Haar elfjarige zus Hanne heeft een eigen gsm, en daardoor “is haar actieterrein groter geworden”, zegt moeder Heleen. “Wij kunnen haar bereiken en zij kan ons bereiken als ze ons nodig heeft. Ze gebruikt dat wel als ze bij een vriendinnetje is en die gaan ergens naartoe en ze wil mee. Dat maakt het een stuk soepeler, dan moet ze niet elke keer weer naar hier komen. En het is wel gemakkelijk als wij haar nodig hebben.”

De vaste vrijetijdsbestedingen onder druk

 Het groeiende belang van de vrienden komt vaak sterk op de voorgrond in de overgang van de lagere naar de middelbare school, zoals al blijkt uit het ‘blijven hangen’ bij Gina en bij Iris en Isa. In die periode komen vaak ook de vaste hobby’s – de muziekschool, de zwemles, de jeugdbeweging – onder druk te staan. Schooltaken nemen meer en meer ‘vrije’ tijd in beslag, en bovendien begint het georganiseerde karakter van sommige vrijetijdsbestedingen oudere kinderen vaak stilaan op de heupen te werken. “Ge wilt dat eigenlijk wat meer allemaal zelf in handen hebben”, vindt Femke. “Niet meer nog een keer in de klas zitten of nog eens moeten luisteren naar wat ge moet doen.”

De zestienjarige Femke had vroeger veel vrijetijdsactiviteiten, zoals dans, volleybal, muziekschool, voordracht en een tijdje ook badminton. Toen ze elf was had ze elke dag wel iets te doen. Maar behalve met dans is ze met al die activiteiten gestopt. “Ge moet meer studeren, en uw vrienden en vriendinnen worden veel belangrijker als ge ouder wordt.” Nu volgt ze alleen nog dansles:

Ik doe dat gewoon heel graag, dat is zo echt ontspannend, en ik zie daar zo de vriendinnen die ik al ken van toen ik nog heel klein was. Wij doen dat allemaal al superlang en dan blijft ge elkaar zien. Want wij zitten soms op verschillende scholen en dan zie je mekaar niet altijd meer, ge groeit een beetje uit elkaar. Gewoon, door uw school en zo. Maar zo blijven we mekaar nog zien.

Vele kinderen blijven hun hobby’s inderdaad voortzetten omdat ze hun vrienden daar blijven zien, ook als die naar een andere school gaan.

Tegelijk vormt het strakke, georganiseerde karakter van die activiteiten een probleem. Dat botst met de tijd die door de schooltaken wordt opgeëist, terwijl de spontane tijd met vrienden flexibeler van aard is en dus makkelijker te combineren blijft. Afspreken met vrienden “is helemaal anders”, zegt Femke: “Dat is ook meer op het laatste moment, zo een berichtje, of ge spreekt dat af op school.. Dat is minder zo vastgelegd.”

Paulien zit sinds een maand in het eerste middelbaar en is erg bezig met die overgang: plots is alles anders, er zijn veel meer kinderen, je moet er je weg zoeken, je leert veel nieuwe mensen kennen. “Dat is veel ineens, maar ik vind dat eigenlijk wel tof”. Tegelijk geeft dat een zekere druk op de vele hobby’s die ze heeft. Ze is dit jaar met dictie gestopt omdat ze daar niet zoveel vriendinnen meer had. Die dictie volgde op de volleybaltraining op woensdagnamiddag, en ook die komt onder druk te staan. Na school blijven hangen is niet mogelijk omdat Paulien naar haar hobby’s moet. Ze geeft aan dat ze “wel eens een broodje [zou] willen eten, zo na school, en dan wat shoppen of zo”. Nu is dat wel “nog niet gebeurd,” maar Paulien heeft toch schrik dat ze leuke momenten met haar vriendinnen zal missen omdat ze bijvoorbeeld moet volleyballen.

Misschien, dat is ook nog niet gebeurd, maar misschien dat we dan ook eens zouden afspreken om de zaterdag te gaan shoppen of zo. En dan zou ik maar moeten hopen van, yes, er is geen match vandaag, dan kan ik mee.

Dat volleyballen vindt ze wel fijn, maar “de school is nieuw, en dat is toch belangrijk, dat je vriendinnen maakt”.

Veel van Pauliens nieuwe vriendinnen zitten op de sociale netwerksite Skyrock, en ook daar ervaart ze de angst om er door haar vrijetijdsactiviteiten niet bij te zijn:

Die zetten dan foto’s op hun profiel, allee, op hun Sky, van na school, of aan de bus. En dat is dan… ‘Allee, waarom sta ik daar ook niet op?’ Dan ben ik al weg, naar mijn dans of zo, en dan hebben die plezier en ik ben daar niet bij. Dat is dan wel leuk om te zien, maar soms wou ik dat de dans of de volleybal een beetje later begon! (lacht).

Met enige aarzeling geeft ze toe dat ze wel al gedacht heeft om met volleybal te stoppen, maar het lidgeld is voor het jaar al betaald, en bovendien wil ze eigenlijk wel verder volleyballen.

Ik doe dat wel graag en ik heb daar mijn vriendinnen, ook zo die ik nu niet meer zie op school. Dus ik wil dat niet stoppen, maar dan nu zie ik dat ik zo daardoor mijn vriendinnen van school misschien minder zie. Allee, ik zie die elke dag natuurlijk, maar dat ik daar minder mee kan doen. Ik had daar vroeger niet zo aan gedacht, maar nu denk ik ‘aaaargh, wat moet ik nu doen?’ En ik wil niet stoppen met dansen, dat doe ik veel te graag.

 *

Kind & Samenleving deed onderzoek naar de manier waarop kinderen en hun ouders hun gezinstijd beleven en vorm geven en praatte daarvoor met 30 kinderen en evenveel ouders uit 20 gezinnen. De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

 

 

Quality time: ‘even tijd voor jezelf hebben’ kan het betekenen, maar ongetwijfeld wordt de term het vaakst gebruikt als het gaat over de tijd die ouders ‘vrijhouden’ voor hun kinderen. Speciaal vrijgemaakte ‘tijd voor elkaar’: samen eten, voorlezen, knutselen, naar het pretpark gaan.  Stukjes tijd die los staan van de meer wereldse, economische tijdsdruk van de werkweek.

Misschien zouden ouders graag vooral ‘meer tijd’ willen hebben om met hun kinderen door te brengen. Maar er is ook de idee dat niet de hoeveelheid maar vooral de manier waarop tijd samen wordt doorgebracht, van belang is. Die speciaal vrijgemaakte ‘quality time’ is dan waardevolle samentijd die de schaarste van de dagelijkse (gezins)tijd samen moet compenseren.

Alle verhalen over die speciaal ‘geplande’ quality time ten spijt, blijkt kwaliteitstijd in de familie eigenlijk vooral hier en daar ongepland op te duiken. Video-observaties van het dagelijkse leven in families tonen dat kwaliteitsvolle, affectieve interacties tussen ouders en kinderen vaak spontaan gebeuren, dat ze vaak niet met de hele familie tegelijk gebeuren maar slechts tussen enkele leden ervan, en dat het veeleer gedeelde momenten zijn dan aparte ‘tijdsblokken’ met een zekere duur. Kwaliteitsmomenten zijn vaak tegelijk alledaagse, soms routineuze bezigheden én ogenblikken waarop ouders en kinderen aandacht voor elkaar hebben, interesses delen, grapjes maken, voor elkaar zorgen,… Wachtmomenten of huishoudelijke taken worden zo soms ook waardevolle interactiemomenten.

Die meer genuanceerde werkelijkheid sluit eigenlijk goed aan bij wat kinderen vinden van kwaliteitstijd. Kinderen hebben geen uitdrukkelijk concept van ‘kwaliteitstijd’ en situeren kwaliteitstijd meer dan volwassenen middenin de dagelijkse tijd.

Ouders en hun ‘kwalitijd’

Nu denken ook ouders niet zonder nuance over hun quality time in het gezin. Zo erkennen sommige ouders best dat kwaliteitstijd niet altijd tijd met de familie als geheel hoeft in te houden: een ouder en een kind apart kunnen ook kwaliteitstijd hebben. Mama Greet gebruikt de term ‘quality time’ wanneer ze het heeft over het bedtijd-moment van vader en dochter: “Guy doet haar altijd nog naar boven om haar slapen te doen, dan is dat hun quality time: een laatste kwartier onnozel doen.”

Tegelijk geeft ze aan dat dergelijke momenten niet echt ‘gecreëerd’ hoeven te worden: de kwaliteit zit in het heel vaak samen zijn, ook al is niet iedereen dan met het zelfde bezig. Er zijn in haar gezin weinig echte samen-momenten, zegt Greet:

Buiten samen eten is dat niet zo specifiek bij ons. Dat komt waarschijnlijk omdat wij elkaar al vaak zien dus moet niet die typische quality time gemaakt worden. Want die is er eigenlijk altijd.

Het is net die “tijd altijd” die een probleem vormt voor ouders die het druk hebben met de combinatie tussen arbeid en gezin. Gevraagd naar hun invulling van gezinstijd verwijzen zij vaker naar de klassieke begrip van kwaliteitstijd. En tegelijk moeten zij noodgedwongen vaststellen dat ook die ‘quality time’ soms eerder een ideaal dan een reële situatie blijft. Of, dat die fijne (samen-)tijd wel érg sterk contrasteert met het gewone gezinsleven. Moeder Alexandra denkt bij gezinstijd aan “de zondag”:

Ik beeld mij een zondag in als een dag waarop we niks moeten doen, waarop we gewoon kunnen samen zijn. Voor mij is dat zeker niet samen ergens naartoe gaan, maar gewoon samen thuis zijn: een hele dag in je pyjama lopen en niks moet. Dat is voor mij een ideale besteding van de zondag.

Maar meteen blijkt dat dit eigenlijk een utopie blijft: “dat gebeurt eigenlijk niet”, geeft Alexandra toe, “alleen heel sporadisch, bijvoorbeeld op moederdag”. De meeste zondagen zijn er activiteiten van haar man of haar kinderen die haar ideaal van een luie zondag onmogelijk maken.

Andere ouders, zoals Alexandra’s man Anton, denken vooral aan de vakanties of aan de intense tijd samen in een weekendhuisje, maar het contrast met de gewone tijd thuis is dan zo uitgesproken dat de bijsmaak toch wat bitter is.

 

Kwaliteiten van tijd volgens kinderen

Onderzoek bij kinderen geeft aan dat de klassieke ‘quality time’ voor kinderen geen prioriteit is. Kinderen verwijzen wel eens naar typische activiteiten als ‘naar een pretpark gaan’, maar het beeld over wat kwaliteitsvolle tijd is, is voor kinderen veel meer verscheiden. Op basis van interviews identificeerde de onderzoekster Pia Christensen vijf ‘kwaliteiten van tijd’ thuis met de familie:

  • familietijd als gewone routinetijd: het huiselijke leven van samen eten, televisie kijken, de eigen patronen en routines van elke dag;
  • familietijd als tijd dat er iemand er voor je is, om te babbelen, te helpen, voor je te zorgen, die belangstelling voor je heeft, die van je houdt ondanks alles. Dat is de waardering voor een langdurige dagelijkse relatie;
  • een eigen zeg hebben over je tijd: naast de gedeelde familietijd is er het eigen tijdsgebruik, waarin kinderen hun vrijheid erg waarderen;
  • eigen tijd om rustig te zijn: tijd alleen geeft privacy en rust, en is nodig om zelf beslissingen te nemen over hoe je je tijd doorbrengt;
  • eigen tijd die je zelf kan plannen, iets waar kinderen niet altijd veel mogelijkheden toe hebben.

Kwaliteitstijd is voor kinderen nu eens familiebetrokken tijd, dan weer tijd waarin ouders op de achtergrond maar bereikbaar zijn, en soms ook ‘oudervrije tijd’.

 

Elke soort (gezins)tijd heeft zijn kwaliteit

Dat betekent meteen dat elke soort van gezinstijd zijn eigen waarde heeft en dat kwaliteitstijd, vanuit kinderen gezien, niet met één soort tijd of activiteit te vereenzelvigen is.

De ‘samentijd’ waarin kinderen en ouders gezamenlijk met eenzelfde activiteit bezig zijn, heeft voor kinderen maar vooral voor ouders een uitgesproken waarde. Nergens is dat zo duidelijk als in het spreken over het samen eten. Zonder dat ze daarbij normatieve bedenkingen maken zoals hun ouders dat doen, waarderen ook kinderen die interactie bij de maaltijd uitdrukkelijk. Eten en praten lijken voor hen onlosmakelijk verbonden.

Families geven die samentijd soms vorm in eigen ‘rituelen’. In het gezin van Joost, Joke en dochters Jasmijn en Jade kijkt de hele familie elke zaterdag naar FC De Kampioenen, met een drankje en chips in de buurt – iets wat anders niet mag. Elke vrijdagavond aperitieven Tine, haar man Thomas en de kinderen Thibaut en Thaïs: een vast samenmoment dat het einde van de drukke week en het begin van het weekend markeert. Dergelijke rituelen hebben betekenis omdat ze het gezin expliciet ‘als familie’ samenbrengen, vaak op een heel eigen manier: niet elke familie doet het zo.

Ook routines, de dingen die nu eenmaal moeten gedaan worden en telkens weer terugkomen, worden soms geritualiseerd. Ze krijgen extra betekenis. Eten ‘moet’ eigenlijk, maar door het altijd samen en op vaste tijdstippen te doen en het zo uitdrukkelijk als een interactiemoment vorm te geven, krijgt het een groter belang. Ook het bedritueel is een geritualiseerde routine: naar bed gaan moet en is daarom vaak lastig, maar het moment krijgt tegelijk een bijzondere markerende en sociale betekenis toegedicht. Het is een intiem en elke avond terugkerend moment van geborgenheid met vaste ritueeltjes: voorlezen, nog wat babbelen of stoeien, een avondgebedje, het overlopen van de dag en de beste en slechtste momenten daarin…

Eigen aan de familie is dat doelgerichte tijdsbestedingen – eten, kinderzorg, naar bed gaan, verplaatsingen – vaak naadloos samengaan met waardevolle interacties tussen kinderen en ouders. De rit naar de sportclub is het ogenblik voor een goed gesprek, en de maaltijd is tegelijk een moment van opvoeding, leren en samenhorigheid. Heel dagelijkse, soms routineuze momenten in het gezinsleven kunnen stukjes ‘kwaliteitstijd’ vormen; zelfs tijdens huishoudelijke taken wordt er gebabbeld of worden er al eens grapjes gemaakt.

Zo maakt de hobby van zoon Ruben dat Raf en Rozanne elk om beurt chauffeur zijn om Ruben naar zijn sportclub te brengen.

En ik dacht, oké, dan worden wij ook zo van die taxi-ouders. Maar ik heb ontdekt dat dat ook wel zijn charmes heeft: dan zit ik met mijn zoon alleen in de auto, soms babbelt ge, soms niet. De andere avond ben ik met mijn dochter alleen. Dat heeft ook iets, het geeft een bepaald soort quality-time die wij niet zoveel hebben. (…) Soms gebeurt het, als Ruben naar de hockey is, dat ik met [dochter] Renske alleen in bad ga. Onlangs wou Renske afwassen (we hebben een afwasmachine) en ik moest afdrogen. Toen hebben wij dat gedaan. (Rozanne)

 

Structuur in de tijd, invulbare tijd

Dergelijke kwaliteiten van tijd laten kinderen enerzijds toe dat zij structuur vinden in de tijd. Kinderen vinden houvast, herkenbaarheid, samenhang in de tijd erg belangrijk: weten waaraan zich te kunnen verwachten. Anderzijds zijn er kwaliteiten die toelaten dat kinderen de tijd zelf (in zekere mate) kunnen vormgeven en invullen: dat je de tijd zelf een bestemming kan geven of toch wat kan manipuleren, dat je stukken tijd kan reserveren voor jezelf, of net samen met anderen kan doorbrengen.

Die ‘eigen tijd’ die kinderen zelf kunnen vorm geven, vinden kinderen vaak het fijnst als ze tegelijk heel vertrouwd is: bijvoorbeeld met de geborgen achtergrond van de familie. De tijd samen-apart, waarover we eerder al schreven en die vaak onopgemerkt passeert, is net daarom zo waardevol. Het gewone samen zijn geeft kinderen vertrouwen, de anderen ‘zijn er’. Tegelijk is het de arena bij uitstek waarin kinderen ‘eigen tijd’ vinden. Die ademruimte is dan vaak ‘oudervrije tijd’ waarin kinderen hun tijd alleen of samen met broers, zussen of vrienden doorbrengen en invullen. Ook het thuis samenzijn met vrienden – vrienden die komen spelen of komen logeren – is daarom een uitdrukkelijke wens van veel kinderen. Gevraagd naar de ‘fijnste tijd’ kozen evenveel kinderen voor ‘tijd thuis met vrienden’ als voor tijd met de ouders (die wel ‘belangrijker’ wordt gevonden). De meeste kinderen vragen vaak om naar vrienden te gaan of om vrienden bij hen thuis uit te nodigen. Dat gebeurt bij velen ook regelmatig, al vergt het vaak enige planning van de ouders, niet zelden nadat kinderen zelf al eerst het initiatief genomen hebben.

  

Gezelschapsspelletjes spelen

Het spelen van gezelschapsspelletjes is voor kinderen een typisch voorbeeld van samentijd. Spelletjes spelen gebeurt vooral ongepland en op vraag van de kinderen, die het vaak noemen als voorbeeld van gezinstijd en het ook erg waarderen. Het is immers samentijd die zich afspeelt op het terrein van de kinderen zélf.

Kinderen spelen vaak onderling spelletjes maar vragen heel vaak dat hun ouders dan meedoen: “want dat is keileuk als ge dat allemaal samen doet” (Cleo). Jade:

Dat is zo ‘ah, spelen we een spelletje?’ Oh ja, ja, ja. Dat is dan leuk, en dan komen ze erbij. Dat is wel leuk.

Moeder Joke bevestigt dat:

En het is dan niet ‘geestig’ als ik wel meedoe en [vader] Joost niet: ze hebben dan graag dat we alle vier samen kunnen spelen.

Wanneer de ouders zelf vragen om een spelletje te spelen, is dat extra fijn. “Soms gebeurt dat ook wel ineens, dat we samen zitten en dan… dat die vragen of dat ik wil meespelen” (Gina).

Toch is het ook een broze activiteit: het gebeurt minder vaak dan de kinderen zouden willen, en ouders erkennen dat het vroeger frequenter gebeurde of dat het er alleen van komt in de vakanties: “op vakantie doen we dat wel, maar anders in het jaar vinden we daar eigenlijk de tijd niet voor.” (Alexandra)

Gezelschapsspelletjes spelen is voor kinderen gezinstijd ‘pur sang’: heeft niets routineus en het valt ook niet samen met bepaalde taken (zoals die rond de maaltijd wel bestaan). Het is voor kinderen pure interactietijd, en net daarom is het zo fijn als heel het gezin meedoet en het niet louter iets van kinderen onderling blijft.

 

 

*

De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen.

Wij interviewden 19 kinderen en 18 ouders uit 12 gezinnen over wat zij onder gezinstijd verstaan en hoe zij de tijd in het gezin beleven en waarderen. De meeste kinderen waren tussen 8 en 11 jaar oud. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire 

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

Gebruikte bronnen: Over kwaliteiten van tijd bij kinderen: Christensen, Pia Haudrup (2002), ‘Why more ‘quality time’ is not on the top of children’s lists: The qualities of time’ for children’, Children & Society 16: 77-88; onderzoek over ‘kwaliteitsmomenten’ via video-observaties: Kremer-Sadlik, Tamar & Amy L. Paugh (2007), ‘Everyday moments. Finding ‘quality time’ in American working families’, Time & Society 16: 287-308.

De woensdag, dat is ongelooflijk. Dat is een collectieve rush van ouders hier in [de gemeente]. Je vertrekt van school rond twaalf uur, je gaat ze ophalen. Snel iets eten, Mirte gaat om half twee naar de muziekacademie, Maarten gaat op hetzelfde uur naar zijn hobby. Dat is een beetje puzzelen: hoe krijgen we ze alle twee op tijd daar? En daartussen boodschappen doen. Dat is continu lopen en op tijd daar zijn. Mirte ophalen, dan samen Maarten ophalen en vlug vlug lopen naar het zwembad, want dan gaan ze nog zwemmen. En om zes uur zijn we thuis of om half zeven… Dat is geen rustige tijd samen.

Marjan heeft de woensdagmiddag vrij, maar door de vrijetijdsactiviteiten van haar kinderen zijn het een paar heel drukke uren. Ze houdt weinig tijd over voor zichzelf omdat ze haar werk, de vrijetijdsactiviteiten van de kinderen en de taken in het huishouden moet zien te combineren. Dat coördineren van verschillende tijdsbestedingen en tijdsordes is een lastige taak waar ouders vaak wat alleen voor staan. Marjan moet het maar zien op te lossen dat ze eigenlijk op twee plekken tegelijk moet zijn.

Ook Birgit, moeder van twee kinderen, vertelt een verhaal dat veel ouders bekend in de oren zal klinken.

Werk en kinderen combineren? Ik vind dat een zeer grote opgave. Zowel ‘s morgens als na school. Ik heb soms het gevoel dat ik constant aan het lopen ben. Dikwijls moet ik dingen op mijn werk laten vallen omdat ik naar school moet. Dat gaat ook niet altijd heel makkelijk. (…) Het is vooral het lopen van werk naar school, van school naar huis, het koken, huiswerk begeleiden, bad- en bedtijd.

Uit het Vlaamse tijdsbestedingsonderzoek weten we dat ouders, en dan vooral tweeverdieners zoals Birgit en haar man, meer ‘tijdsdruk’ ervaren dan wie ook: het gevoel dat je tijd tekort komt om alles gedaan te krijgen wat je zou willen of moeten doen. “Ik heb heel vaak het gevoel dat ik tijd tekort kom om alles te doen zoals ik vind dat het zou moeten lopen”, zegt Birgit. Op de vraag wat tijd met de familie kan inhouden, praat zij niet, zoals de meeste ouders, over concrete situaties uit het gezinsleven of over een ideaalbeeld. Ze antwoordt alleen dat die familietijd te vaak ontbreekt:

Ik heb heel vaak het gevoel dat we niet genoeg doen omdat we nogal in beslag genomen worden door ons werk. (…) Mijn man heeft ook vaak geen tijd omdat hij een ontzettend drukke baan heeft.

Het gevoel van tijdsdruk komt niet alleen omdat tijd nu eenmaal schaars is en tijd die aan het werk besteed wordt, niet meer beschikbaar is voor ‘familietijd’. Beide soorten tijd hebben ook een heel verschillende ‘moraliteit’. We zijn het gewoon om de economische arbeidstijd af te meten en hem zo efficiënt mogelijk in te vullen. Voor de relaties van zorg en affectie die de kern uitmaken van familietijd, ligt dat heel anders. Het past eigenlijk niet om daarin tijd te ‘meten’: omgaan met en zorgen voor elkaar is een doel op zich.

Dat die twee heel verschillende soorten tijd in het dagelijkse leven  toch met elkaar concurreren, roept soms schuldgevoelens op en verhoogt het gevoel van tijdsdruk nog meer.

Arbeidstijd loopt soms over in de gezinstijd

Kinderen zelf ervaren zelden dergelijke gevoelens van tijdsdruk. Eigenlijk is dat niet zo verwonderlijk: de moeilijke taak om verschillende tijdsbestedingen te combineren ligt meestal niet in hun handen, maar in die van hun ouders. Toch verwijzen ook kinderen naar de moeilijke combinatie tussen heel verschillende soorten tijd wanneer ze spreken over hoe het werk van hun ouders de gezinstijd beïnvloedt.

Birgits zoon Bas:

Eigenlijk is papa er vaak niet, thuis in de week. Want die moet dan van verre plaatsen komen, dus die is vaak pas vanaf zeven uur thuis. Dus die doet meer mee in het weekend. (…) De eerste keren denk je, dat zal wel minder gebeuren. Maar daarna, als dat altijd gebeurt – normaal zeggen ze, ‘je went daaraan’, maar bij ons is dat eigenlijk niet zo. Dan zeggen we: ‘allez, kan je niet op tijd komen?’. Maar hij kan daar zelf eigenlijk niet veel aan doen.

Wat kinderen wel eens dwars zit, is inderdaad dat de arbeidstijd soms overloopt in en vreet aan de gezinstijd. Rechtstreeks, omdat ouders pas laat thuis zijn of omdat ze ook thuis nog voor het werk bezig zijn – iets wat door thuiswerk, e-mail en gsm veel vanzelfsprekender is geworden. En onrechtstreeks, omdat ouders moe zijn van het werk of omdat ze door de lange werkuren nog veel huishoudelijk werk te doen hebben en dus minder tijd voor de kinderen kunnen vrijmaken.

Nu gaven de meeste kinderen die wij interviewden over hun gezinstijd, wel uitdrukkelijk aan dat ze niet het gevoel hebben dat hun ouders zo druk bezig zijn dat ze weinig tijd voor hen hebben. Dat is zeker zo indien in het gezin één van beide ouders vaak aanwezig is wanneer ook de kinderen thuis zijn. De kinderen verwijzen soms zelf naar deze toestand als de reden waarom er genoeg tijd voor hen wordt vrijgemaakt: er is een ouder die niet werkt, die vooral thuis werkt, of een of beide ouders werken in het onderwijs.

De aanwezigheid van de ouder, al dan niet op de achtergrond, maakt het onder meer goed mogelijk om toestemming voor iets te vragen, bijvoorbeeld om het huis uit te gaan, en zorgt ervoor dat er in elk geval een ouder beschikbaar is als daar nood aan is.

Toch signaleerden een aantal geïnterviewde kinderen wel dat hun ouders soms niet genoeg tijd voor hen hadden, en dan met name omdat de arbeidstijd van hun ouders weleens vreet aan de familietijd. En de meeste ouders in kwestie erkenden dit ook zelf.

Beperkingen voor kinderen

Ook al ervaren en begrijpen ze de invloed van het werk van de ouders op de gezinstijd, kinderen stellen de arbeidssituatie van hun ouders zelden in vraag. Veeleer leggen ze zich erbij neer: ‘je kan er niet veel aan doen’. Arend vindt dat zijn ouders niet altijd tijd voor hem hebben omdat ze zoveel bezig zijn, maar laat het daar maar bij: “Dan doe ik iets apart”. Het gezin is ingebed in tijdsordes van een hoger niveau, zoals de schooltijd van de kinderen en de arbeidstijd van de ouders. Op die inbedding hebben kinderen weinig of geen vat.

Thaïs geeft aan dat ze graag veel tijd samen met (heel) de familie zou hebben, maar dat lukt eigenlijk zelden.

Dat doen wij eigenlijk niet zo veel. Ik heb dat wel ook liever, maar wij doen dat eigenlijk bijna niet. (…) Papa heeft daar nooit… Hij is dan naar zijn programma aan het kijken of zo, of… Allez ja. (…) Mama moet soms veel werken hier thuis, papa soms ook op de computer als hij thuiskomt. Maar ik vraag dat meestal als we daar zitten in de living, niet als ze werken… Dan mag ik hen toch niet zoveel storen, dus.

Bij iemand gaan spelen is om die reden ook niet eenvoudig.

Dan vraag ik dat aan mijn mama. En dan mag dat meestal niet, omdat dan… Ja… (…) Of [vriendinnen die] komen slapen: mama heeft erg drukke weken en papa ook, dus ja, dan is dat een beetje moeilijk.

Het werk van de ouders beperkt de mogelijkheden van de kinderen, en dan met name als kinderen afhankelijk zijn van de hulp of de toelating van hun ouders, zoals bij het uitnodigen van vrienden. De meeste ouders in kwestie erkennen dat ook. “Dat gebeurt niet zo regelmatig, dat mag wat meer”, erkent Marjan over het komen spelen van vriendinnetjes van haar dochter Mirte:

De laatste tijd is er wat meer werk, en ‘druk druk’ deadlines. Dat komt er minder en minder van. Dat komt ook door de naschoolse activiteiten van de kinderen.

Vooral ongeplande vragen van kinderen zorgen voor moeilijke situaties. Arend vraagt bijvoorbeeld wel eens om te gaan spelen bij een vriend, zegt moeder Alexandra:

Meestal komt hij dan bijvoorbeeld de woensdag thuis en dan vraagt hij “mag ik vanmiddag bij Evert gaan spelen?”.Voor ons is dat eigenlijk niet haalbaar om dat voor elkaar te krijgen, maar hij vraagt dat wel veel. Dus dat wordt soms wel eens georganiseerd en gepland. Maar zo op het laatste moment, wij kunnen dat eigenlijk niet. Onze dagen zijn zo gestructureerd en zitten zodanig vol dat het moeilijk is om daar zo onverwachte dingen nog tussen te krijgen.

Een meer gepland verblijf bij vrienden kan daarentegen juist als een alternatieve vorm van opvang gebruikt worden. Dat is in meerdere gezinnen zo: kinderen gaan soms bij vrienden slapen wanneer ouders een avond weggaan; dat is een door kinderen zeer gewaardeerd alternatief voor een babysit. Bas gaat wel eens naar vrienden:

Ja, dat gebeurt wel. Als dat toffe vrienden zijn is dat leuk. Zo eens weg van huis. Dan zegt mama, je mag dat en dat en dat doen met je vriendje.

Naar vrienden gaan gebeurt doorgaans op initiatief van de kinderen, maar bij Bas is het net omgekeerd:  

Het is eigenlijk zelfs vaak dat ik dat niet wil, maar dat mama geen tijd heeft en dan stuurt ze me ergens naartoe (lacht). En dan ben ik weg.

Bas naar vrienden brengen is dus een soort tactiek van moeder Birgit om opvang voor haar zoon te vinden, die Bas ondergaat en doorgaans – ook al gebeurt het niet op zijn vraag – wel leuk vindt, tenminste als het toffe vrienden zijn.

De afwezige vader?

Zeker niet alle kinderen vinden dat hun ouders door hun drukke werkschema eigenlijk te weinig tijd hebben voor hen. Als de moeder bijvoorbeeld vaak thuis is, zorgt dit er voor dat kinderen zich thuis zeker omringd weten. Toch verhindert dat niet dat kinderen die hun vader weinig zien of voor wie de vader weinig beschikbaar is, hun vader missen en graag meer tijd specifiek met hem hadden gewild. Heel wat geïnterviewde kinderen zeggen dat hun vader vaak afwezig of laat thuis is en daarom bijvoorbeeld maaltijden samen mist, of dat hij thuis veel op pc zit te werken. Zoals enkele kinderen het uitdrukken: op die momenten “doet hij niet mee”.

Zeker op de voor kinderen korte weekavonden zien kinderen hun vader soms minder dan ze eigenlijk willen. Jade, die meermaals aangeeft dat weekavonden altijd snel voorbij zijn (“als we ’s avonds thuiskomen, dan kan je niet veel meer doen”), zegt enkele keren dat haar vader, die in het onderwijs werkt, ’s avonds vaak achter de computer zit: zonder echt een klacht te formuleren maar niet zonder te verwijzen naar die computeractiviteit als een tijdvreter.

Papa is wel veel bezig op de computer. Als het school is moet hij iets maken op de computer. En als hij klaar is zegt hij dat we moeten gaan slapen. Ja.

De moeder van Hanne werkt niet en heeft dus veel tijd voor haar, maar haar vader is veel minder beschikbaar.

Alleen soms papa, die komt dan terug van het werk en dan eet hij en dan kijken ze naar het nieuws, en dan zit die de hele avond achter de computer voor het werk, dingen te maken voor op de website, want…

Ook vaders doen zeker inspanningen om een mouw te passen aan de lastige combinatie met het werk en vaker beschikbaar te zijn voor hun kinderen. Ze nemen elke woensdagnamiddag vrij en offeren zo veel vakantiedagen op, vertrekken een dag per week wat later naar het werk om zo eens samen met de kinderen te kunnen ontbijten of komen vroeger terug om samen te kunnen gaan zwemmen. Maar de grootste inspanningen worden toch meestal gedaan door moeders, die vaker thuis blijven, thuis werken, deeltijds werken en daarin de vrije momenten beter proberen af te stemmen op de noden van het gezin.

*

De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen.

Wij interviewden 19 kinderen en 18 ouders uit 12 gezinnen over wat zij onder gezinstijd verstaan en hoe zij de tijd in het gezin beleven en waarderen. De meeste kinderen waren tussen 8 en 11 jaar oud. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire 

 

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

 

Families brengen hun tijd in huis niet alleen door terwijl ze samen met hetzelfde bezig zijn, zoals wanneer ze samen eten. De verschillende leden van de familie kunnen ook samen thuis zijn, maar ieder is bezig met zijn eigen activiteiten.

Die tijd ‘samen-apart’ passeert min of meer onopgemerkt. Maar voor kinderen is ze heel waardevol. Het gewone samen zijn geeft kinderen vertrouwen, ook wanneer er niet echt iets samen gedaan wordt: de anderen ‘zijn er’. Tegelijk is het die weinig nadrukkelijke status die de tijd ‘samen-apart’ tot de arena bij uitstek maakt waarin kinderen ‘eigen tijd’ vinden, méér nog dan in het echt alleen thuis zijn.

Herkenbaar!

Dat gezinsleden samen thuis zijn maar iedereen toch apart bezig is, is een heel herkenbare situatie. Zowat alle kinderen waarmee we spraken, geven daarbij meteen spontaan concrete voorbeelden.

Ja, dat is wel vaak zo eigenlijk. Mama is heel vaak in de keuken om te koken; papa zit als hij thuis is vaak op zolder of in de living; ik zit toch redelijk vaak op mijn kamer om een boek te lezen; en mijn broer zit dan in de living bij mijn papa, ofwel te kijken, ofwel te spelen. (Bas)

Sommige kinderen denken bij de term gezinstijd meteen aan die tijd samen-apart, en niet zozeer aan echt samen dingen doen: “Ja, zo doen wij dat eigenlijk”, zegt Arend. Charlotte weet gezinstijd zo niet meteen te omschrijven:

Ik weet niet. Maar normaal zitten wij zo altijd ergens apart, mama in de keuken of zo. Ik denk dat we bijna nooit iets samen doen, alleen als we ergens naartoe gaan, dan doen we wel iets samen.

Het samenkomen en terug (samen-)apart gaan van de familieleden brengt ritme en afwisseling in de dag in het gezin. Gina omschrijft dat als volgt:

Wij eten vaak samen. Als we met z’n drieën zijn, dan is dat echt wel zo het praatmomentje van de dag, dat ge zo echt kunt vertellen wat je gedaan hebt in de dag of zo. Daarna gaat mijn mama tv kijken, naar het nieuws en Thuis, en dan ga ik boven tv kijken en gaat mijn papa naar beneden op de computer werken of zo. Dan zijn we weer weg van elkaar. Maar het eten is echt, ja, samen.

Anders dan alleen

Soms lijkt samen-apart thuis zijn wat op alleen thuis zijn zonder volwassenen in huis. Maar de aanwezigheid van anderen, ook al is die nog zo onopvallend, is voor de meeste kinderen toch geruststellend. “Je hoort meestal muziek zo van boven naar beneden, anders is dat maar stil.” (Arend)

Bovendien kunnen momenten apart afgewisseld worden met momenten van contact. Jade vindt “alleen thuis zijn is niet echt gezellig.” Maar de tussendoorcontacten vindt ze “wel leuk, ja. Je kan dan soms eens babbelen tussendoor, eens passeren, dat is wel leuk.”

Ook Ruben heeft graag mensen rond zich. Hij vindt dat tijd samen-apart dicht ligt bij echte samentijd: hij zit zelden alleen op zijn kamer, maar gaat er bijvoorbeeld eerder gewoon een boek halen om dat dan beneden te lezen. “Meestal zijn we allemaal dicht bij elkaar in de buurt.” De weinig opvallende tijd samen-apart biedt Ruben de mogelijkheid om zijn boek te lezen in de buurt van zijn zus of ouders, maar biedt aan zijn jongere zus Renske evenzeer kansen om zich, in een veilige omgeving, af te zonderen wanneer ze dat wil. Zij gaat nu en dan graag ergens op haar eentje zitten. “Renske moesten we al van kleinsaf heel regelmatig gaan zoeken,” zegt vader Raf. “Zij is daar een stuk anders in, dat heeft te maken met de persoon.” Renske slaagde erin om een kamer voor zichzelf af te dwingen:  zogezegd om daar te slapen, maar eens de kamer af was, ging ze zoals vroeger gewoon weer bij haar broer slapen. Maar voor haar is haar kamer gewoon een extra eigen plek. “Ze heeft dat heel slim gespeeld”, erkent mama Rozanne.

Eigen tijd

De tijd thuis ‘samen-apart’ is een ideale context voor kinderen om wat tijd voor zichzelf te creëren: kinderen die met hun hobby bezig zijn op hun kamer, die op de pc in de living bezig zijn en de wereld rond zich vergeten… De andere gezinsleden vormen hier een achtergrond die nauwelijks in beeld komt, maar toch erg belangrijk is: het intense bezig zijn met de hobby of de pc kan net omdat de vertrouwde aanwezigheid van anderen geborgenheid geeft. Sommige kinderen zijn wel eens graag alleen bezig, maar dan wél tegen die achtergrond. Arend (10) vindt zijn stukjes eigen tijd vooral in het samen-apart thuis zijn. Hij is niet graag alleen en heeft graag mensen in de buurt, maar in die geborgen situatie vindt hij wel de gelegenheid om apart bezig te zijn:

Ik zit dan boven met mijn Revell, dat is modelbouw. Dat doe ik dan. Op mijn kamer bezig zijn, ja. (…) Zo die dingen. Een beetje vrij zijn.

Dat gaat samen met ouder worden, zegt moeder Alexandra:

Het feit dat hij met die modelbouw bezig is, dat echt alleen bezig zijn, dat is iets wat hij een paar jaar geleden nooit zou gedaan hebben. Nu, als hij iets gemaakt of geschilderd heeft, komt hij er wel direct mee naar beneden. Hij komt heel veel tonen, dus hij betrekt ons daar echt wel in.

Ook Thibaut vindt die combinatie prettig: “Dat is ook leuk. Soms, qua afzondering, allez, je bent niet altijd te samen.” En dat terwijl ook hij, net als Arend en Ruben, zelden echt alleen wil zijn, zoals zijn moeder Tine bedenkt.

Dat is het rare. Nu dat je dat zegt. Hij is iemand die wat meer op zichzelf kan zitten, maar we mogen niet te ver weg zijn. Hij heeft zijn eigen kamer (…), en toch komt hij liever ergens dicht bij ons zitten. De dochter heeft dat ook wel graag, maar die gaat dan al rapper eens naar haar kamer trekken.

Het typische aan de thuisomgeving is dat ze doorgaans volop plaats én de nodige geborgenheid biedt voor dat eigen karakter en die eigen voorkeuren van individuele kinderen, ook als broers en zussen daarin erg verschillen. De vele mogelijkheden om het samen-apart zijn in te vullen, spelen daar een belangrijke rol in. Thibaut, Arend en Ruben zitten soms liever wat apart, maar dat doen zij wel tegen de heel vertrouwde aanwezigheid – op de achtergrond – van hun ouders. Hun zussen Thaïs, Amber en Renske zijn duidelijker in de keuzes die ze maken: ze zoeken heel vaak vriendinnen en ander gezelschap op, maar kunnen op andere momenten juist helemaal op zichzelf bezig zijn zonder dat de ouders in de buurt hoeven te zijn.

Eigen kamer

Dat de voorkeuren van kinderen hierin erg verschillen, wordt ook duidelijk in het al dan niet wensen of gebruiken van een eigen kamer.

Ouders proberen soms te stimuleren dat hun kind wat meer eigen tijd verwerft: bijvoorbeeld door het spelen en het huiswerk te willen verhuizen van de gedeelde woonkamer naar de aparte eigen kamer. Maar dat gaat soms tegen de wensen van de kinderen in. De twaalfjarige Cleo moet meer in haar eigen kamer studeren, “maar dat heeft ze wel echt als straf gezien,” zegt moeder Caroline: “dat was haar bureautje [in de woonkamer] en ze vond dat heel erg dat ze daar niet mocht blijven studeren; de andere twee [kinderen] mochten daar wel blijven, en ze snapte dat echt niet.”

Andere kinderen waarderen wel heel erg de eigen ruimte en tijd die een eigen kamer biedt, of verlangen daar sterk naar. De kamer geeft de gelegenheid om, weliswaar in de vertrouwde huiselijke omgeving, momenten voor jezelf te vinden. Heel veel kinderen gebruiken hun kamer nog niet zo vaak, maar hij is erg belangrijk om zich even terug te trekken: “als ik boos ben” (Charlotte), “als ik kwaad ben, of triest, of blij” (Bas), om er weer rustig te worden, of om na te denken.

Die eigen tijd wordt dan beschermd tegen anderen. Hoe weinig Cleo (12) ook op haar kamer zit, het is voor haar wel een belangrijke plek, die ze liever wat meer afgeschermd zou zien.

Alleen moet daar wel een deur komen. Ik heb alleen een gordijn, dus… Als er op mijn kamer iemand binnenkomt, dan begin ik altijd mijn preek uit te zeggen, dus ja. Dan maak ik Charlotte keibang, en bij Camille begin ik agressief te worden want anders begint die mij ook te stampen.

Ademruimte

Door tegelijk samen en apart bezig te zijn, vinden de oudere kinderen, leef je ook niet al teveel op elkaars lip: “Dan doet iedereen zijn zin en heb je niet veel problemen met elkaar en zo” (Cleo). Dagmar wijst op het wisselende karakter van het samen-apart zijn, wat ook maakt dat het anders is dan echt alleen zijn, terwijl het toch niet betekent dat je elkaar voor de voeten loopt.

Ik zit meestal op mijn kamer, en mama hier beneden aan het werken. Maar af en toe kom ik wel naar beneden en dan praten wij. Je merkt toch wel, als mama beneden zit, dat er iemand thuis is. Maar we hebben een redelijk groot huis, dus het is ook niet dat je mekaar zo constant ziet. De gemeenschappelijke ruimten zijn vooral de keuken en dan de televisie.

Dat er in het gezin zelden ruzie is over regels of taken, denkt Dagmar, heeft “ook te maken met dat we niet altijd bij mekaar zitten.”

*

De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen.

Wij interviewden 19 kinderen en 18 ouders uit 12 gezinnen over wat zij onder gezinstijd verstaan en hoe zij de tijd in het gezin beleven en waarderen. De meeste kinderen waren tussen 8 en 11 jaar oud. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire 

 

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

 

Volgende pagina »