Maar ja, ik weet dat ook wel, ik ben de enige in de klas zonder van dat soort hobby’s. Maar ik vind dat niets hé, dat mogen die doen, die vinden dat leuk. Maar ik niet zo, ik heb liever mijn, allee, mijn vrijheid zo (lacht)…. En ik speel nog graag (lacht).

Aan het woord is Niels, negen jaar oud. Hij houdt zijn vrije tijd liever informeel: zonder vaste, georganiseerde vrijetijdsactiviteiten zoals de muziekschool, de sportclub of de jeugdbeweging. “Ik ben meestal thuis of bij familie, mijn neefjes en nichtjes. Om te spelen en zo.” Na school, in het weekend of in de vakantie ziet hij zijn neefjes en nichtjes bijvoorbeeld heel vaak: de families van beide ouders zijn uit dezelfde gemeente afkomstig, en ook hun broers en zussen hebben kinderen. Die spelen dan gewoon onder elkaar. Over georganiseerde hobby’s zegt Niels’ moeder Nadine: “Hij vraagt daar niet naar. Hij heeft daar geen behoefte aan, hij vindt dat eigenlijk allemaal gewoon hier op straat of in huis of bij andere kinderen.”

Niels weet dat hij daarmee een uitzondering is, en heeft een beetje de neiging om die keuze uit te leggen en ze te verantwoorden, alsof dat zou moeten.

Een uitzondering?

Want het is nu eenmaal zo dat veel kinderen, zeker in Niels’ leeftijd – zeg maar van 8 tot 12 jaar –, hun vrije tijd met georganiseerde vrijetijdbestedingen invullen. Ze vinden het contact met de leeftijdsgenoten en de activiteiten leuk, hebben er plezier in om iets nieuws te leren of steeds beter te kunnen. Ze hoeven zich zo ook geen zorgen te maken of er in hun vrije tijd wel iets te doen zal zijn en of er wel andere kinderen zullen zijn. En de meeste ouders vinden dat goed: in hun hobby’s leren kinderen omgaan met anderen, hun lichaam of hun geest ontwikkelen, hun eigen boontjes doppen, respect hebben voor de trainer en voor elkaar,…

Wel zitten die ouders dan vaak opgescheept met het georganiseer dat die hobby’s met zich meebrengt. De activiteiten hebben een vast tijdstip en gebeuren op een vaste plaats. De dag van kinderen wordt zo opgedeeld in blokken schooltijd, thuistijd, verplaatsingstijd, activiteitentijd, verplaatsingstijd, thuistijd… Maar zelfs als ze bijna elke dag een uithuizige activiteit hebben, vinden kinderen nauwelijks dat ze het daardoor druk hebben. Hun hobby’s zijn voor hen leuke, betekenisvolle tijd, en kinderen benadrukken dan steeds weer dat ze best nog genoeg vrije momenten hebben voor of na hun hobby’s.

De vrije tijd in eigen handen

Het gezin is dus, als gezin-in-de-samenleving, ook een uitvalsbasis voor die vrijetijdsactiviteiten. Voor Niels, die zijn vrije tijd liever ‘informeel’ invult en dus meer thuis of op straat speelt, is dat eigenlijk ook zo. Alleen is deze tijd flexibeler: er zijn geen vaste tijdstippen voor, en even snel terugkomen om samen met het gezin te eten, kan makkelijk.

Dat Niels geen georganiseerde vrijetijdsactiviteiten heeft, komt niet omdat het anders druk zou zijn: “ik ben hier ook altijd bezig”, zegt hij. Maar het verschil is dat hij vindt dat hij dan veel meer zelf in handen heeft.

Ik doe liever wat ik zelf wil. Dat is mijn vrije tijd. Ik wil dan zelf kiezen wat ik wil doen. Ik vind dat dan moeilijk dat je dan moet luisteren naar de leider of de juf of zo. Je wil dan spelen of zo maar je mag dat niet, je moet luisteren!

Ook in andere gezinnen zijn best wel wat kinderen die de voorkeur geven aan informele vrije tijd. “Vrije tijd is echt haar tijd”, zegt Denise over dochter Dana. “Ze vult die een beetje in zoals ze zelf wil.” Ruben speelt graag en heeft maar één vaste hobby, hockey, “en daar gaat hij ook voor. En daar is hij content mee, het is alsof hij geen plaats heeft om meer dingen te doen,” aldus mama Rozanne. En de kinderen van Heleen hebben al wel een paar activiteiten uitgeprobeerd, maar “eigenlijk doen ze het liefst wat ze zelf willen met hun vrije tijd. Ze moeten al een hele week op school heel gestructureerd bezig zijn, en om dat dan in het weekend ook nog eens te doen, nee, dat zien ze niet zitten.”

De woonomgeving helpt

Heleen en haar kinderen wonen in een buurt waar veel buiten gespeeld wordt. Dat is ook zo bij Niels. Zijn informele vrijetijdsinvulling wordt dus erg vergemakkelijkt door de woonomgeving. Niels speelt veel op straat, zeker in de zomer. Daarvoor heeft hij een vast groepje, want niet alle kinderen spelen graag buiten. Je vrije tijd informeel invullen zorgt ervoor dat je zelf meer in handen hebt wat je gaat doen, maar er is ook wat meer onzekerheid: je kan buiten op straat gaan spelen, maar zullen er ook andere kinderen zijn? Die ‘beschikbaarheid’ van andere kinderen is erg belangrijk. Niels vindt die bij zijn neefjes en nichtjes, en gewoon in zijn straat. Dat hij veel buiten speelt, hangt dus ook samen met het karakter van de wijk, zegt papa Nico: “dat is hier een nogal levendige buurt, in de zin dat de mensen elkaar wel kennen, er is behoorlijk wat contact onderling en ook een wijkwerking. En er is hier altijd wel veel buiten gespeeld.” De wijk is acht jaar geleden gebouwd en er zijn vooral gezinnen met jonge kinderen komen wonen.

Dus er wonen hier wel veel kinderen, en omdat het hier bijvoorbeeld een doodlopende straat is wordt er ook veel gewoon op straat gespeeld, van alles, gefietst, op straat met krijt tekenen, voetballen… Dat kan makkelijk want je komt hier niet als je hier niet woont of als je hier niet moet zijn. Dus dat is ideaal. (Nico)

En ook de ouders ondersteunen

Bovendien wordt Niels in zijn informele invulling van de vrije tijd gesteund door zijn ouders Nico en Nadine. Zij delen Niels’ voorkeur voor informele (vrije) tijd, hebben zelf geen vaste vrijetijdsactiviteiten en zeggen over zichzelf: “wij zijn zo geen planners”. Ze appreciëren de rust die de afwezigheid van vaste vrijetijdsactiviteiten met zich meebrengt:

Toch in elk geval veel en veel rustiger dan zo dat gehol van hot naar her om toch maar al die activiteiten te kunnen doen. Daar wordt bij ouders vaak over geklaagd, maar ik vind, dat is toch een stuk levenskwaliteit die je ook zelf in de hand hebt. Hoe nodig is dat allemaal hé. (Nadine)

De voorkeuren van de kinderen reflecteren inderdaad niet zelden een levensstijl van de ouders. Zo geeft Heleen aan dat zij thuis “niet zo strikt [zijn] in de tijdsindeling. Er is zo geen vaste tijd van eten en zo, dat is allemaal nogal vrij losjes. (…) Wij zijn geen grote planners. (…) Wij zijn niet zo heel gestructureerd.”

Raf, de vader van Ruben, geeft iets gelijkaardigs aan:

Wij zijn een gezin dat niet zo gemakkelijk kan omgaan met drukke dingen. Dingen die tot stress kunnen leiden. Dus proberen we al de tijd die we hebben niet vol te steken met van alles.

Zijn vrouw Rozanne verantwoordt dat als een keuze:

We zijn nogal onthaastend, soms een beetje lui, we willen ons ook een beetje bewust afzetten tegen de holmentaliteit van de maatschappij.

Zoals sommige ouders de vrijetijdsactiviteiten van hun kinderen in een ‘nuttige’ richting proberen te sturen, zo vindt Raf dat de informele vrije tijd andere opvoedingskansen biedt:

We vinden ook wel dat ze zich mogen vervelen. In die zin dat ze ook eens zelf dingen mogen doen, zelf creatief omgaan met de tijd die ze hebben en dat het niet voor hen gedaan wordt. We proberen dat. In onze omgeving zijn we daar vrij alleen in. De meeste mensen van onze vriendenkring, daar is het programma redelijk gevuld. Maar daar willen we over waken.

*

Kind & Samenleving deed onderzoek naar de manier waarop kinderen en hun ouders hun gezinstijd beleven en vorm geven en praatte daarvoor met 30 kinderen en evenveel ouders uit 20 gezinnen. De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

Advertenties