Opgroeien betekent onder meer dat kinderen geleidelijk aan meer autonomie zoeken. Ze gaan meer en meer naar een eigen kamer verlangen. Of hun kamer was vroeger louter een slaapplek, maar wordt nu plots een belangrijke ruimte. Ruimte én tijd voor zichzelf worden belangrijker: misschien door eens alleen thuis te zijn, maar ook door wat tijd voor zichzelf te vinden in het ‘samen-apart’ thuis zijn, waarbij iedereen wel thuis is maar elk zijn of haar eigen ding doet.

Maar vrijheid wordt vooral buitenshuis veroverd. Het gezin is daarbij de uitvalsbasis. Een beetje ‘blijven hangen’ na school, wat langer buitenspelen, de vrienden die belangrijker worden dan de vaste vrijetijdsactiviteiten…

‘Blijven hangen’

Ouders gunnen hun opgroeiende kinderen meer en meer vrijheid. Ze weten dat de tijd met vrienden belangrijker wordt als hun kinderen ouder worden, en komen daar beetje bij beetje aan tegemoet.

Het makkelijkst kan dat in een omgeving die voor de kinderen dagelijks en vertrouwd is. ‘Blijven hangen’ na school is vaak een eerste stap.

De zussen Isa en Iris komen na schooltijd met de bus naar huis, maar “eerst blijven we meestal nog wat hangen”, zegt Isa. “Dan missen we de eerste bus, toevallig (lacht), en dan nemen we de volgende.” Isa zit in het zesde leerjaar maar neemt de bus samen met haar zus, die in het tweede middelbaar zit. Veel van haar vriendinnen nemen een latere bus, en de ouders van de meisjes weten wel dat dit een leuke tijd is.

Maar we mogen dat ook hoor van onze ouders. Als het niet te lang duurt hé. Vroeger moesten we direct terugkomen, maar omdat mijn zus al wat… Die zit dan al in het tweede middelbaar, dan hebben mama en papa ook wel gezien dat ze nog wat wil babbelen of zo na school, en dat mag dan eventjes, maar dan moeten we samen terugkomen. (Isa)

Oudere zus Iris had daarvoor gepleit:

Gewoon één bus niet nemen en dan de volgende. Ik had zo gezegd dat de bus dan veel te vol zit. En dat is ook wel zo hé. Maar papa en mama weten ook wel dat dat is om nog een beetje te babbelen aan school en ze verstaan dat wel. Dus ze hebben dat toegelaten, en ik vind dat dus heel tof hé, dat dat mag.

“Dat is ook een beetje hun vrijheid veroveren”, zegt mama Ilse. “Dus profiteert Isa daar ook van, dat Iris dat mag. Of dat ze dat gedaan gekregen heeft” (lacht).

Opgroeiende kinderen gebruiken dan vaak hun gsm als een extra middel om met hun ouders over hun vrijheid te onderhandelen. Voor de elfjarige Gina is de gsm een belangrijke manier geworden om met elkaar verbonden te blijven, en zo nodig afspraken te heronderhandelen.

Ik blijf vaak plakken aan ’t school, dus dan blijf ik een half uurtje of een uurtje, met vriendinnen op het plein. Daar is een voetbalpleintje naast, dan voetballen wij zo, en dan praten wij. En dan bel ik naar mijn mama met mijn gsm of dat ik naar huis moet komen of dat ik nog even mag blijven. (Gina)

Voor ouders is de gsm een middel tot controle; maar net als bij het ‘alleen thuis blijven’ van kinderen is de verbinding van op afstand ook een wederzijdse geruststelling, voor ouders en voor kinderen.

Ook in het buitenspelen in de buurt kan de gsm die rol spelen. Wie veel buitenshuis speelt zonder dat dit georganiseerd wordt, zoals gewoon buiten spelen op straat, verwerft als vanzelf een stukje autonomie. Misschien moeten kinderen dicht bij huis blijven, maar tot op zekere hoogte beslissen zij zelf wat ze doen. Het gezin van Heleen woont in een dorp waar heel veel op straat en in parkjes wordt buitengespeeld. De kinderen lopen er ook makkelijk elkaars huis in en uit. De zevenjarige Hella moet dan telkens thuis komen vragen of ze ergens langer mag blijven of elders mag gaan spelen. Haar elfjarige zus Hanne heeft een eigen gsm, en daardoor “is haar actieterrein groter geworden”, zegt moeder Heleen. “Wij kunnen haar bereiken en zij kan ons bereiken als ze ons nodig heeft. Ze gebruikt dat wel als ze bij een vriendinnetje is en die gaan ergens naartoe en ze wil mee. Dat maakt het een stuk soepeler, dan moet ze niet elke keer weer naar hier komen. En het is wel gemakkelijk als wij haar nodig hebben.”

De vaste vrijetijdsbestedingen onder druk

 Het groeiende belang van de vrienden komt vaak sterk op de voorgrond in de overgang van de lagere naar de middelbare school, zoals al blijkt uit het ‘blijven hangen’ bij Gina en bij Iris en Isa. In die periode komen vaak ook de vaste hobby’s – de muziekschool, de zwemles, de jeugdbeweging – onder druk te staan. Schooltaken nemen meer en meer ‘vrije’ tijd in beslag, en bovendien begint het georganiseerde karakter van sommige vrijetijdsbestedingen oudere kinderen vaak stilaan op de heupen te werken. “Ge wilt dat eigenlijk wat meer allemaal zelf in handen hebben”, vindt Femke. “Niet meer nog een keer in de klas zitten of nog eens moeten luisteren naar wat ge moet doen.”

De zestienjarige Femke had vroeger veel vrijetijdsactiviteiten, zoals dans, volleybal, muziekschool, voordracht en een tijdje ook badminton. Toen ze elf was had ze elke dag wel iets te doen. Maar behalve met dans is ze met al die activiteiten gestopt. “Ge moet meer studeren, en uw vrienden en vriendinnen worden veel belangrijker als ge ouder wordt.” Nu volgt ze alleen nog dansles:

Ik doe dat gewoon heel graag, dat is zo echt ontspannend, en ik zie daar zo de vriendinnen die ik al ken van toen ik nog heel klein was. Wij doen dat allemaal al superlang en dan blijft ge elkaar zien. Want wij zitten soms op verschillende scholen en dan zie je mekaar niet altijd meer, ge groeit een beetje uit elkaar. Gewoon, door uw school en zo. Maar zo blijven we mekaar nog zien.

Vele kinderen blijven hun hobby’s inderdaad voortzetten omdat ze hun vrienden daar blijven zien, ook als die naar een andere school gaan.

Tegelijk vormt het strakke, georganiseerde karakter van die activiteiten een probleem. Dat botst met de tijd die door de schooltaken wordt opgeëist, terwijl de spontane tijd met vrienden flexibeler van aard is en dus makkelijker te combineren blijft. Afspreken met vrienden “is helemaal anders”, zegt Femke: “Dat is ook meer op het laatste moment, zo een berichtje, of ge spreekt dat af op school.. Dat is minder zo vastgelegd.”

Paulien zit sinds een maand in het eerste middelbaar en is erg bezig met die overgang: plots is alles anders, er zijn veel meer kinderen, je moet er je weg zoeken, je leert veel nieuwe mensen kennen. “Dat is veel ineens, maar ik vind dat eigenlijk wel tof”. Tegelijk geeft dat een zekere druk op de vele hobby’s die ze heeft. Ze is dit jaar met dictie gestopt omdat ze daar niet zoveel vriendinnen meer had. Die dictie volgde op de volleybaltraining op woensdagnamiddag, en ook die komt onder druk te staan. Na school blijven hangen is niet mogelijk omdat Paulien naar haar hobby’s moet. Ze geeft aan dat ze “wel eens een broodje [zou] willen eten, zo na school, en dan wat shoppen of zo”. Nu is dat wel “nog niet gebeurd,” maar Paulien heeft toch schrik dat ze leuke momenten met haar vriendinnen zal missen omdat ze bijvoorbeeld moet volleyballen.

Misschien, dat is ook nog niet gebeurd, maar misschien dat we dan ook eens zouden afspreken om de zaterdag te gaan shoppen of zo. En dan zou ik maar moeten hopen van, yes, er is geen match vandaag, dan kan ik mee.

Dat volleyballen vindt ze wel fijn, maar “de school is nieuw, en dat is toch belangrijk, dat je vriendinnen maakt”.

Veel van Pauliens nieuwe vriendinnen zitten op de sociale netwerksite Skyrock, en ook daar ervaart ze de angst om er door haar vrijetijdsactiviteiten niet bij te zijn:

Die zetten dan foto’s op hun profiel, allee, op hun Sky, van na school, of aan de bus. En dat is dan… ‘Allee, waarom sta ik daar ook niet op?’ Dan ben ik al weg, naar mijn dans of zo, en dan hebben die plezier en ik ben daar niet bij. Dat is dan wel leuk om te zien, maar soms wou ik dat de dans of de volleybal een beetje later begon! (lacht).

Met enige aarzeling geeft ze toe dat ze wel al gedacht heeft om met volleybal te stoppen, maar het lidgeld is voor het jaar al betaald, en bovendien wil ze eigenlijk wel verder volleyballen.

Ik doe dat wel graag en ik heb daar mijn vriendinnen, ook zo die ik nu niet meer zie op school. Dus ik wil dat niet stoppen, maar dan nu zie ik dat ik zo daardoor mijn vriendinnen van school misschien minder zie. Allee, ik zie die elke dag natuurlijk, maar dat ik daar minder mee kan doen. Ik had daar vroeger niet zo aan gedacht, maar nu denk ik ‘aaaargh, wat moet ik nu doen?’ En ik wil niet stoppen met dansen, dat doe ik veel te graag.

 *

Kind & Samenleving deed onderzoek naar de manier waarop kinderen en hun ouders hun gezinstijd beleven en vorm geven en praatte daarvoor met 30 kinderen en evenveel ouders uit 20 gezinnen. De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).