Quality time: ‘even tijd voor jezelf hebben’ kan het betekenen, maar ongetwijfeld wordt de term het vaakst gebruikt als het gaat over de tijd die ouders ‘vrijhouden’ voor hun kinderen. Speciaal vrijgemaakte ‘tijd voor elkaar’: samen eten, voorlezen, knutselen, naar het pretpark gaan.  Stukjes tijd die los staan van de meer wereldse, economische tijdsdruk van de werkweek.

Misschien zouden ouders graag vooral ‘meer tijd’ willen hebben om met hun kinderen door te brengen. Maar er is ook de idee dat niet de hoeveelheid maar vooral de manier waarop tijd samen wordt doorgebracht, van belang is. Die speciaal vrijgemaakte ‘quality time’ is dan waardevolle samentijd die de schaarste van de dagelijkse (gezins)tijd samen moet compenseren.

Alle verhalen over die speciaal ‘geplande’ quality time ten spijt, blijkt kwaliteitstijd in de familie eigenlijk vooral hier en daar ongepland op te duiken. Video-observaties van het dagelijkse leven in families tonen dat kwaliteitsvolle, affectieve interacties tussen ouders en kinderen vaak spontaan gebeuren, dat ze vaak niet met de hele familie tegelijk gebeuren maar slechts tussen enkele leden ervan, en dat het veeleer gedeelde momenten zijn dan aparte ‘tijdsblokken’ met een zekere duur. Kwaliteitsmomenten zijn vaak tegelijk alledaagse, soms routineuze bezigheden én ogenblikken waarop ouders en kinderen aandacht voor elkaar hebben, interesses delen, grapjes maken, voor elkaar zorgen,… Wachtmomenten of huishoudelijke taken worden zo soms ook waardevolle interactiemomenten.

Die meer genuanceerde werkelijkheid sluit eigenlijk goed aan bij wat kinderen vinden van kwaliteitstijd. Kinderen hebben geen uitdrukkelijk concept van ‘kwaliteitstijd’ en situeren kwaliteitstijd meer dan volwassenen middenin de dagelijkse tijd.

Ouders en hun ‘kwalitijd’

Nu denken ook ouders niet zonder nuance over hun quality time in het gezin. Zo erkennen sommige ouders best dat kwaliteitstijd niet altijd tijd met de familie als geheel hoeft in te houden: een ouder en een kind apart kunnen ook kwaliteitstijd hebben. Mama Greet gebruikt de term ‘quality time’ wanneer ze het heeft over het bedtijd-moment van vader en dochter: “Guy doet haar altijd nog naar boven om haar slapen te doen, dan is dat hun quality time: een laatste kwartier onnozel doen.”

Tegelijk geeft ze aan dat dergelijke momenten niet echt ‘gecreëerd’ hoeven te worden: de kwaliteit zit in het heel vaak samen zijn, ook al is niet iedereen dan met het zelfde bezig. Er zijn in haar gezin weinig echte samen-momenten, zegt Greet:

Buiten samen eten is dat niet zo specifiek bij ons. Dat komt waarschijnlijk omdat wij elkaar al vaak zien dus moet niet die typische quality time gemaakt worden. Want die is er eigenlijk altijd.

Het is net die “tijd altijd” die een probleem vormt voor ouders die het druk hebben met de combinatie tussen arbeid en gezin. Gevraagd naar hun invulling van gezinstijd verwijzen zij vaker naar de klassieke begrip van kwaliteitstijd. En tegelijk moeten zij noodgedwongen vaststellen dat ook die ‘quality time’ soms eerder een ideaal dan een reële situatie blijft. Of, dat die fijne (samen-)tijd wel érg sterk contrasteert met het gewone gezinsleven. Moeder Alexandra denkt bij gezinstijd aan “de zondag”:

Ik beeld mij een zondag in als een dag waarop we niks moeten doen, waarop we gewoon kunnen samen zijn. Voor mij is dat zeker niet samen ergens naartoe gaan, maar gewoon samen thuis zijn: een hele dag in je pyjama lopen en niks moet. Dat is voor mij een ideale besteding van de zondag.

Maar meteen blijkt dat dit eigenlijk een utopie blijft: “dat gebeurt eigenlijk niet”, geeft Alexandra toe, “alleen heel sporadisch, bijvoorbeeld op moederdag”. De meeste zondagen zijn er activiteiten van haar man of haar kinderen die haar ideaal van een luie zondag onmogelijk maken.

Andere ouders, zoals Alexandra’s man Anton, denken vooral aan de vakanties of aan de intense tijd samen in een weekendhuisje, maar het contrast met de gewone tijd thuis is dan zo uitgesproken dat de bijsmaak toch wat bitter is.

 

Kwaliteiten van tijd volgens kinderen

Onderzoek bij kinderen geeft aan dat de klassieke ‘quality time’ voor kinderen geen prioriteit is. Kinderen verwijzen wel eens naar typische activiteiten als ‘naar een pretpark gaan’, maar het beeld over wat kwaliteitsvolle tijd is, is voor kinderen veel meer verscheiden. Op basis van interviews identificeerde de onderzoekster Pia Christensen vijf ‘kwaliteiten van tijd’ thuis met de familie:

  • familietijd als gewone routinetijd: het huiselijke leven van samen eten, televisie kijken, de eigen patronen en routines van elke dag;
  • familietijd als tijd dat er iemand er voor je is, om te babbelen, te helpen, voor je te zorgen, die belangstelling voor je heeft, die van je houdt ondanks alles. Dat is de waardering voor een langdurige dagelijkse relatie;
  • een eigen zeg hebben over je tijd: naast de gedeelde familietijd is er het eigen tijdsgebruik, waarin kinderen hun vrijheid erg waarderen;
  • eigen tijd om rustig te zijn: tijd alleen geeft privacy en rust, en is nodig om zelf beslissingen te nemen over hoe je je tijd doorbrengt;
  • eigen tijd die je zelf kan plannen, iets waar kinderen niet altijd veel mogelijkheden toe hebben.

Kwaliteitstijd is voor kinderen nu eens familiebetrokken tijd, dan weer tijd waarin ouders op de achtergrond maar bereikbaar zijn, en soms ook ‘oudervrije tijd’.

 

Elke soort (gezins)tijd heeft zijn kwaliteit

Dat betekent meteen dat elke soort van gezinstijd zijn eigen waarde heeft en dat kwaliteitstijd, vanuit kinderen gezien, niet met één soort tijd of activiteit te vereenzelvigen is.

De ‘samentijd’ waarin kinderen en ouders gezamenlijk met eenzelfde activiteit bezig zijn, heeft voor kinderen maar vooral voor ouders een uitgesproken waarde. Nergens is dat zo duidelijk als in het spreken over het samen eten. Zonder dat ze daarbij normatieve bedenkingen maken zoals hun ouders dat doen, waarderen ook kinderen die interactie bij de maaltijd uitdrukkelijk. Eten en praten lijken voor hen onlosmakelijk verbonden.

Families geven die samentijd soms vorm in eigen ‘rituelen’. In het gezin van Joost, Joke en dochters Jasmijn en Jade kijkt de hele familie elke zaterdag naar FC De Kampioenen, met een drankje en chips in de buurt – iets wat anders niet mag. Elke vrijdagavond aperitieven Tine, haar man Thomas en de kinderen Thibaut en Thaïs: een vast samenmoment dat het einde van de drukke week en het begin van het weekend markeert. Dergelijke rituelen hebben betekenis omdat ze het gezin expliciet ‘als familie’ samenbrengen, vaak op een heel eigen manier: niet elke familie doet het zo.

Ook routines, de dingen die nu eenmaal moeten gedaan worden en telkens weer terugkomen, worden soms geritualiseerd. Ze krijgen extra betekenis. Eten ‘moet’ eigenlijk, maar door het altijd samen en op vaste tijdstippen te doen en het zo uitdrukkelijk als een interactiemoment vorm te geven, krijgt het een groter belang. Ook het bedritueel is een geritualiseerde routine: naar bed gaan moet en is daarom vaak lastig, maar het moment krijgt tegelijk een bijzondere markerende en sociale betekenis toegedicht. Het is een intiem en elke avond terugkerend moment van geborgenheid met vaste ritueeltjes: voorlezen, nog wat babbelen of stoeien, een avondgebedje, het overlopen van de dag en de beste en slechtste momenten daarin…

Eigen aan de familie is dat doelgerichte tijdsbestedingen – eten, kinderzorg, naar bed gaan, verplaatsingen – vaak naadloos samengaan met waardevolle interacties tussen kinderen en ouders. De rit naar de sportclub is het ogenblik voor een goed gesprek, en de maaltijd is tegelijk een moment van opvoeding, leren en samenhorigheid. Heel dagelijkse, soms routineuze momenten in het gezinsleven kunnen stukjes ‘kwaliteitstijd’ vormen; zelfs tijdens huishoudelijke taken wordt er gebabbeld of worden er al eens grapjes gemaakt.

Zo maakt de hobby van zoon Ruben dat Raf en Rozanne elk om beurt chauffeur zijn om Ruben naar zijn sportclub te brengen.

En ik dacht, oké, dan worden wij ook zo van die taxi-ouders. Maar ik heb ontdekt dat dat ook wel zijn charmes heeft: dan zit ik met mijn zoon alleen in de auto, soms babbelt ge, soms niet. De andere avond ben ik met mijn dochter alleen. Dat heeft ook iets, het geeft een bepaald soort quality-time die wij niet zoveel hebben. (…) Soms gebeurt het, als Ruben naar de hockey is, dat ik met [dochter] Renske alleen in bad ga. Onlangs wou Renske afwassen (we hebben een afwasmachine) en ik moest afdrogen. Toen hebben wij dat gedaan. (Rozanne)

 

Structuur in de tijd, invulbare tijd

Dergelijke kwaliteiten van tijd laten kinderen enerzijds toe dat zij structuur vinden in de tijd. Kinderen vinden houvast, herkenbaarheid, samenhang in de tijd erg belangrijk: weten waaraan zich te kunnen verwachten. Anderzijds zijn er kwaliteiten die toelaten dat kinderen de tijd zelf (in zekere mate) kunnen vormgeven en invullen: dat je de tijd zelf een bestemming kan geven of toch wat kan manipuleren, dat je stukken tijd kan reserveren voor jezelf, of net samen met anderen kan doorbrengen.

Die ‘eigen tijd’ die kinderen zelf kunnen vorm geven, vinden kinderen vaak het fijnst als ze tegelijk heel vertrouwd is: bijvoorbeeld met de geborgen achtergrond van de familie. De tijd samen-apart, waarover we eerder al schreven en die vaak onopgemerkt passeert, is net daarom zo waardevol. Het gewone samen zijn geeft kinderen vertrouwen, de anderen ‘zijn er’. Tegelijk is het de arena bij uitstek waarin kinderen ‘eigen tijd’ vinden. Die ademruimte is dan vaak ‘oudervrije tijd’ waarin kinderen hun tijd alleen of samen met broers, zussen of vrienden doorbrengen en invullen. Ook het thuis samenzijn met vrienden – vrienden die komen spelen of komen logeren – is daarom een uitdrukkelijke wens van veel kinderen. Gevraagd naar de ‘fijnste tijd’ kozen evenveel kinderen voor ‘tijd thuis met vrienden’ als voor tijd met de ouders (die wel ‘belangrijker’ wordt gevonden). De meeste kinderen vragen vaak om naar vrienden te gaan of om vrienden bij hen thuis uit te nodigen. Dat gebeurt bij velen ook regelmatig, al vergt het vaak enige planning van de ouders, niet zelden nadat kinderen zelf al eerst het initiatief genomen hebben.

  

Gezelschapsspelletjes spelen

Het spelen van gezelschapsspelletjes is voor kinderen een typisch voorbeeld van samentijd. Spelletjes spelen gebeurt vooral ongepland en op vraag van de kinderen, die het vaak noemen als voorbeeld van gezinstijd en het ook erg waarderen. Het is immers samentijd die zich afspeelt op het terrein van de kinderen zélf.

Kinderen spelen vaak onderling spelletjes maar vragen heel vaak dat hun ouders dan meedoen: “want dat is keileuk als ge dat allemaal samen doet” (Cleo). Jade:

Dat is zo ‘ah, spelen we een spelletje?’ Oh ja, ja, ja. Dat is dan leuk, en dan komen ze erbij. Dat is wel leuk.

Moeder Joke bevestigt dat:

En het is dan niet ‘geestig’ als ik wel meedoe en [vader] Joost niet: ze hebben dan graag dat we alle vier samen kunnen spelen.

Wanneer de ouders zelf vragen om een spelletje te spelen, is dat extra fijn. “Soms gebeurt dat ook wel ineens, dat we samen zitten en dan… dat die vragen of dat ik wil meespelen” (Gina).

Toch is het ook een broze activiteit: het gebeurt minder vaak dan de kinderen zouden willen, en ouders erkennen dat het vroeger frequenter gebeurde of dat het er alleen van komt in de vakanties: “op vakantie doen we dat wel, maar anders in het jaar vinden we daar eigenlijk de tijd niet voor.” (Alexandra)

Gezelschapsspelletjes spelen is voor kinderen gezinstijd ‘pur sang’: heeft niets routineus en het valt ook niet samen met bepaalde taken (zoals die rond de maaltijd wel bestaan). Het is voor kinderen pure interactietijd, en net daarom is het zo fijn als heel het gezin meedoet en het niet louter iets van kinderen onderling blijft.

 

 

*

De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen.

Wij interviewden 19 kinderen en 18 ouders uit 12 gezinnen over wat zij onder gezinstijd verstaan en hoe zij de tijd in het gezin beleven en waarderen. De meeste kinderen waren tussen 8 en 11 jaar oud. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire 

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

Gebruikte bronnen: Over kwaliteiten van tijd bij kinderen: Christensen, Pia Haudrup (2002), ‘Why more ‘quality time’ is not on the top of children’s lists: The qualities of time’ for children’, Children & Society 16: 77-88; onderzoek over ‘kwaliteitsmomenten’ via video-observaties: Kremer-Sadlik, Tamar & Amy L. Paugh (2007), ‘Everyday moments. Finding ‘quality time’ in American working families’, Time & Society 16: 287-308.