De woensdag, dat is ongelooflijk. Dat is een collectieve rush van ouders hier in [de gemeente]. Je vertrekt van school rond twaalf uur, je gaat ze ophalen. Snel iets eten, Mirte gaat om half twee naar de muziekacademie, Maarten gaat op hetzelfde uur naar zijn hobby. Dat is een beetje puzzelen: hoe krijgen we ze alle twee op tijd daar? En daartussen boodschappen doen. Dat is continu lopen en op tijd daar zijn. Mirte ophalen, dan samen Maarten ophalen en vlug vlug lopen naar het zwembad, want dan gaan ze nog zwemmen. En om zes uur zijn we thuis of om half zeven… Dat is geen rustige tijd samen.

Marjan heeft de woensdagmiddag vrij, maar door de vrijetijdsactiviteiten van haar kinderen zijn het een paar heel drukke uren. Ze houdt weinig tijd over voor zichzelf omdat ze haar werk, de vrijetijdsactiviteiten van de kinderen en de taken in het huishouden moet zien te combineren. Dat coördineren van verschillende tijdsbestedingen en tijdsordes is een lastige taak waar ouders vaak wat alleen voor staan. Marjan moet het maar zien op te lossen dat ze eigenlijk op twee plekken tegelijk moet zijn.

Ook Birgit, moeder van twee kinderen, vertelt een verhaal dat veel ouders bekend in de oren zal klinken.

Werk en kinderen combineren? Ik vind dat een zeer grote opgave. Zowel ‘s morgens als na school. Ik heb soms het gevoel dat ik constant aan het lopen ben. Dikwijls moet ik dingen op mijn werk laten vallen omdat ik naar school moet. Dat gaat ook niet altijd heel makkelijk. (…) Het is vooral het lopen van werk naar school, van school naar huis, het koken, huiswerk begeleiden, bad- en bedtijd.

Uit het Vlaamse tijdsbestedingsonderzoek weten we dat ouders, en dan vooral tweeverdieners zoals Birgit en haar man, meer ‘tijdsdruk’ ervaren dan wie ook: het gevoel dat je tijd tekort komt om alles gedaan te krijgen wat je zou willen of moeten doen. “Ik heb heel vaak het gevoel dat ik tijd tekort kom om alles te doen zoals ik vind dat het zou moeten lopen”, zegt Birgit. Op de vraag wat tijd met de familie kan inhouden, praat zij niet, zoals de meeste ouders, over concrete situaties uit het gezinsleven of over een ideaalbeeld. Ze antwoordt alleen dat die familietijd te vaak ontbreekt:

Ik heb heel vaak het gevoel dat we niet genoeg doen omdat we nogal in beslag genomen worden door ons werk. (…) Mijn man heeft ook vaak geen tijd omdat hij een ontzettend drukke baan heeft.

Het gevoel van tijdsdruk komt niet alleen omdat tijd nu eenmaal schaars is en tijd die aan het werk besteed wordt, niet meer beschikbaar is voor ‘familietijd’. Beide soorten tijd hebben ook een heel verschillende ‘moraliteit’. We zijn het gewoon om de economische arbeidstijd af te meten en hem zo efficiënt mogelijk in te vullen. Voor de relaties van zorg en affectie die de kern uitmaken van familietijd, ligt dat heel anders. Het past eigenlijk niet om daarin tijd te ‘meten’: omgaan met en zorgen voor elkaar is een doel op zich.

Dat die twee heel verschillende soorten tijd in het dagelijkse leven  toch met elkaar concurreren, roept soms schuldgevoelens op en verhoogt het gevoel van tijdsdruk nog meer.

Arbeidstijd loopt soms over in de gezinstijd

Kinderen zelf ervaren zelden dergelijke gevoelens van tijdsdruk. Eigenlijk is dat niet zo verwonderlijk: de moeilijke taak om verschillende tijdsbestedingen te combineren ligt meestal niet in hun handen, maar in die van hun ouders. Toch verwijzen ook kinderen naar de moeilijke combinatie tussen heel verschillende soorten tijd wanneer ze spreken over hoe het werk van hun ouders de gezinstijd beïnvloedt.

Birgits zoon Bas:

Eigenlijk is papa er vaak niet, thuis in de week. Want die moet dan van verre plaatsen komen, dus die is vaak pas vanaf zeven uur thuis. Dus die doet meer mee in het weekend. (…) De eerste keren denk je, dat zal wel minder gebeuren. Maar daarna, als dat altijd gebeurt – normaal zeggen ze, ‘je went daaraan’, maar bij ons is dat eigenlijk niet zo. Dan zeggen we: ‘allez, kan je niet op tijd komen?’. Maar hij kan daar zelf eigenlijk niet veel aan doen.

Wat kinderen wel eens dwars zit, is inderdaad dat de arbeidstijd soms overloopt in en vreet aan de gezinstijd. Rechtstreeks, omdat ouders pas laat thuis zijn of omdat ze ook thuis nog voor het werk bezig zijn – iets wat door thuiswerk, e-mail en gsm veel vanzelfsprekender is geworden. En onrechtstreeks, omdat ouders moe zijn van het werk of omdat ze door de lange werkuren nog veel huishoudelijk werk te doen hebben en dus minder tijd voor de kinderen kunnen vrijmaken.

Nu gaven de meeste kinderen die wij interviewden over hun gezinstijd, wel uitdrukkelijk aan dat ze niet het gevoel hebben dat hun ouders zo druk bezig zijn dat ze weinig tijd voor hen hebben. Dat is zeker zo indien in het gezin één van beide ouders vaak aanwezig is wanneer ook de kinderen thuis zijn. De kinderen verwijzen soms zelf naar deze toestand als de reden waarom er genoeg tijd voor hen wordt vrijgemaakt: er is een ouder die niet werkt, die vooral thuis werkt, of een of beide ouders werken in het onderwijs.

De aanwezigheid van de ouder, al dan niet op de achtergrond, maakt het onder meer goed mogelijk om toestemming voor iets te vragen, bijvoorbeeld om het huis uit te gaan, en zorgt ervoor dat er in elk geval een ouder beschikbaar is als daar nood aan is.

Toch signaleerden een aantal geïnterviewde kinderen wel dat hun ouders soms niet genoeg tijd voor hen hadden, en dan met name omdat de arbeidstijd van hun ouders weleens vreet aan de familietijd. En de meeste ouders in kwestie erkenden dit ook zelf.

Beperkingen voor kinderen

Ook al ervaren en begrijpen ze de invloed van het werk van de ouders op de gezinstijd, kinderen stellen de arbeidssituatie van hun ouders zelden in vraag. Veeleer leggen ze zich erbij neer: ‘je kan er niet veel aan doen’. Arend vindt dat zijn ouders niet altijd tijd voor hem hebben omdat ze zoveel bezig zijn, maar laat het daar maar bij: “Dan doe ik iets apart”. Het gezin is ingebed in tijdsordes van een hoger niveau, zoals de schooltijd van de kinderen en de arbeidstijd van de ouders. Op die inbedding hebben kinderen weinig of geen vat.

Thaïs geeft aan dat ze graag veel tijd samen met (heel) de familie zou hebben, maar dat lukt eigenlijk zelden.

Dat doen wij eigenlijk niet zo veel. Ik heb dat wel ook liever, maar wij doen dat eigenlijk bijna niet. (…) Papa heeft daar nooit… Hij is dan naar zijn programma aan het kijken of zo, of… Allez ja. (…) Mama moet soms veel werken hier thuis, papa soms ook op de computer als hij thuiskomt. Maar ik vraag dat meestal als we daar zitten in de living, niet als ze werken… Dan mag ik hen toch niet zoveel storen, dus.

Bij iemand gaan spelen is om die reden ook niet eenvoudig.

Dan vraag ik dat aan mijn mama. En dan mag dat meestal niet, omdat dan… Ja… (…) Of [vriendinnen die] komen slapen: mama heeft erg drukke weken en papa ook, dus ja, dan is dat een beetje moeilijk.

Het werk van de ouders beperkt de mogelijkheden van de kinderen, en dan met name als kinderen afhankelijk zijn van de hulp of de toelating van hun ouders, zoals bij het uitnodigen van vrienden. De meeste ouders in kwestie erkennen dat ook. “Dat gebeurt niet zo regelmatig, dat mag wat meer”, erkent Marjan over het komen spelen van vriendinnetjes van haar dochter Mirte:

De laatste tijd is er wat meer werk, en ‘druk druk’ deadlines. Dat komt er minder en minder van. Dat komt ook door de naschoolse activiteiten van de kinderen.

Vooral ongeplande vragen van kinderen zorgen voor moeilijke situaties. Arend vraagt bijvoorbeeld wel eens om te gaan spelen bij een vriend, zegt moeder Alexandra:

Meestal komt hij dan bijvoorbeeld de woensdag thuis en dan vraagt hij “mag ik vanmiddag bij Evert gaan spelen?”.Voor ons is dat eigenlijk niet haalbaar om dat voor elkaar te krijgen, maar hij vraagt dat wel veel. Dus dat wordt soms wel eens georganiseerd en gepland. Maar zo op het laatste moment, wij kunnen dat eigenlijk niet. Onze dagen zijn zo gestructureerd en zitten zodanig vol dat het moeilijk is om daar zo onverwachte dingen nog tussen te krijgen.

Een meer gepland verblijf bij vrienden kan daarentegen juist als een alternatieve vorm van opvang gebruikt worden. Dat is in meerdere gezinnen zo: kinderen gaan soms bij vrienden slapen wanneer ouders een avond weggaan; dat is een door kinderen zeer gewaardeerd alternatief voor een babysit. Bas gaat wel eens naar vrienden:

Ja, dat gebeurt wel. Als dat toffe vrienden zijn is dat leuk. Zo eens weg van huis. Dan zegt mama, je mag dat en dat en dat doen met je vriendje.

Naar vrienden gaan gebeurt doorgaans op initiatief van de kinderen, maar bij Bas is het net omgekeerd:  

Het is eigenlijk zelfs vaak dat ik dat niet wil, maar dat mama geen tijd heeft en dan stuurt ze me ergens naartoe (lacht). En dan ben ik weg.

Bas naar vrienden brengen is dus een soort tactiek van moeder Birgit om opvang voor haar zoon te vinden, die Bas ondergaat en doorgaans – ook al gebeurt het niet op zijn vraag – wel leuk vindt, tenminste als het toffe vrienden zijn.

De afwezige vader?

Zeker niet alle kinderen vinden dat hun ouders door hun drukke werkschema eigenlijk te weinig tijd hebben voor hen. Als de moeder bijvoorbeeld vaak thuis is, zorgt dit er voor dat kinderen zich thuis zeker omringd weten. Toch verhindert dat niet dat kinderen die hun vader weinig zien of voor wie de vader weinig beschikbaar is, hun vader missen en graag meer tijd specifiek met hem hadden gewild. Heel wat geïnterviewde kinderen zeggen dat hun vader vaak afwezig of laat thuis is en daarom bijvoorbeeld maaltijden samen mist, of dat hij thuis veel op pc zit te werken. Zoals enkele kinderen het uitdrukken: op die momenten “doet hij niet mee”.

Zeker op de voor kinderen korte weekavonden zien kinderen hun vader soms minder dan ze eigenlijk willen. Jade, die meermaals aangeeft dat weekavonden altijd snel voorbij zijn (“als we ’s avonds thuiskomen, dan kan je niet veel meer doen”), zegt enkele keren dat haar vader, die in het onderwijs werkt, ’s avonds vaak achter de computer zit: zonder echt een klacht te formuleren maar niet zonder te verwijzen naar die computeractiviteit als een tijdvreter.

Papa is wel veel bezig op de computer. Als het school is moet hij iets maken op de computer. En als hij klaar is zegt hij dat we moeten gaan slapen. Ja.

De moeder van Hanne werkt niet en heeft dus veel tijd voor haar, maar haar vader is veel minder beschikbaar.

Alleen soms papa, die komt dan terug van het werk en dan eet hij en dan kijken ze naar het nieuws, en dan zit die de hele avond achter de computer voor het werk, dingen te maken voor op de website, want…

Ook vaders doen zeker inspanningen om een mouw te passen aan de lastige combinatie met het werk en vaker beschikbaar te zijn voor hun kinderen. Ze nemen elke woensdagnamiddag vrij en offeren zo veel vakantiedagen op, vertrekken een dag per week wat later naar het werk om zo eens samen met de kinderen te kunnen ontbijten of komen vroeger terug om samen te kunnen gaan zwemmen. Maar de grootste inspanningen worden toch meestal gedaan door moeders, die vaker thuis blijven, thuis werken, deeltijds werken en daarin de vrije momenten beter proberen af te stemmen op de noden van het gezin.

*

De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen.

Wij interviewden 19 kinderen en 18 ouders uit 12 gezinnen over wat zij onder gezinstijd verstaan en hoe zij de tijd in het gezin beleven en waarderen. De meeste kinderen waren tussen 8 en 11 jaar oud. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire 

 

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

 

Advertenties