Families brengen hun tijd in huis niet alleen door terwijl ze samen met hetzelfde bezig zijn, zoals wanneer ze samen eten. De verschillende leden van de familie kunnen ook samen thuis zijn, maar ieder is bezig met zijn eigen activiteiten.

Die tijd ‘samen-apart’ passeert min of meer onopgemerkt. Maar voor kinderen is ze heel waardevol. Het gewone samen zijn geeft kinderen vertrouwen, ook wanneer er niet echt iets samen gedaan wordt: de anderen ‘zijn er’. Tegelijk is het die weinig nadrukkelijke status die de tijd ‘samen-apart’ tot de arena bij uitstek maakt waarin kinderen ‘eigen tijd’ vinden, méér nog dan in het echt alleen thuis zijn.

Herkenbaar!

Dat gezinsleden samen thuis zijn maar iedereen toch apart bezig is, is een heel herkenbare situatie. Zowat alle kinderen waarmee we spraken, geven daarbij meteen spontaan concrete voorbeelden.

Ja, dat is wel vaak zo eigenlijk. Mama is heel vaak in de keuken om te koken; papa zit als hij thuis is vaak op zolder of in de living; ik zit toch redelijk vaak op mijn kamer om een boek te lezen; en mijn broer zit dan in de living bij mijn papa, ofwel te kijken, ofwel te spelen. (Bas)

Sommige kinderen denken bij de term gezinstijd meteen aan die tijd samen-apart, en niet zozeer aan echt samen dingen doen: “Ja, zo doen wij dat eigenlijk”, zegt Arend. Charlotte weet gezinstijd zo niet meteen te omschrijven:

Ik weet niet. Maar normaal zitten wij zo altijd ergens apart, mama in de keuken of zo. Ik denk dat we bijna nooit iets samen doen, alleen als we ergens naartoe gaan, dan doen we wel iets samen.

Het samenkomen en terug (samen-)apart gaan van de familieleden brengt ritme en afwisseling in de dag in het gezin. Gina omschrijft dat als volgt:

Wij eten vaak samen. Als we met z’n drieën zijn, dan is dat echt wel zo het praatmomentje van de dag, dat ge zo echt kunt vertellen wat je gedaan hebt in de dag of zo. Daarna gaat mijn mama tv kijken, naar het nieuws en Thuis, en dan ga ik boven tv kijken en gaat mijn papa naar beneden op de computer werken of zo. Dan zijn we weer weg van elkaar. Maar het eten is echt, ja, samen.

Anders dan alleen

Soms lijkt samen-apart thuis zijn wat op alleen thuis zijn zonder volwassenen in huis. Maar de aanwezigheid van anderen, ook al is die nog zo onopvallend, is voor de meeste kinderen toch geruststellend. “Je hoort meestal muziek zo van boven naar beneden, anders is dat maar stil.” (Arend)

Bovendien kunnen momenten apart afgewisseld worden met momenten van contact. Jade vindt “alleen thuis zijn is niet echt gezellig.” Maar de tussendoorcontacten vindt ze “wel leuk, ja. Je kan dan soms eens babbelen tussendoor, eens passeren, dat is wel leuk.”

Ook Ruben heeft graag mensen rond zich. Hij vindt dat tijd samen-apart dicht ligt bij echte samentijd: hij zit zelden alleen op zijn kamer, maar gaat er bijvoorbeeld eerder gewoon een boek halen om dat dan beneden te lezen. “Meestal zijn we allemaal dicht bij elkaar in de buurt.” De weinig opvallende tijd samen-apart biedt Ruben de mogelijkheid om zijn boek te lezen in de buurt van zijn zus of ouders, maar biedt aan zijn jongere zus Renske evenzeer kansen om zich, in een veilige omgeving, af te zonderen wanneer ze dat wil. Zij gaat nu en dan graag ergens op haar eentje zitten. “Renske moesten we al van kleinsaf heel regelmatig gaan zoeken,” zegt vader Raf. “Zij is daar een stuk anders in, dat heeft te maken met de persoon.” Renske slaagde erin om een kamer voor zichzelf af te dwingen:  zogezegd om daar te slapen, maar eens de kamer af was, ging ze zoals vroeger gewoon weer bij haar broer slapen. Maar voor haar is haar kamer gewoon een extra eigen plek. “Ze heeft dat heel slim gespeeld”, erkent mama Rozanne.

Eigen tijd

De tijd thuis ‘samen-apart’ is een ideale context voor kinderen om wat tijd voor zichzelf te creëren: kinderen die met hun hobby bezig zijn op hun kamer, die op de pc in de living bezig zijn en de wereld rond zich vergeten… De andere gezinsleden vormen hier een achtergrond die nauwelijks in beeld komt, maar toch erg belangrijk is: het intense bezig zijn met de hobby of de pc kan net omdat de vertrouwde aanwezigheid van anderen geborgenheid geeft. Sommige kinderen zijn wel eens graag alleen bezig, maar dan wél tegen die achtergrond. Arend (10) vindt zijn stukjes eigen tijd vooral in het samen-apart thuis zijn. Hij is niet graag alleen en heeft graag mensen in de buurt, maar in die geborgen situatie vindt hij wel de gelegenheid om apart bezig te zijn:

Ik zit dan boven met mijn Revell, dat is modelbouw. Dat doe ik dan. Op mijn kamer bezig zijn, ja. (…) Zo die dingen. Een beetje vrij zijn.

Dat gaat samen met ouder worden, zegt moeder Alexandra:

Het feit dat hij met die modelbouw bezig is, dat echt alleen bezig zijn, dat is iets wat hij een paar jaar geleden nooit zou gedaan hebben. Nu, als hij iets gemaakt of geschilderd heeft, komt hij er wel direct mee naar beneden. Hij komt heel veel tonen, dus hij betrekt ons daar echt wel in.

Ook Thibaut vindt die combinatie prettig: “Dat is ook leuk. Soms, qua afzondering, allez, je bent niet altijd te samen.” En dat terwijl ook hij, net als Arend en Ruben, zelden echt alleen wil zijn, zoals zijn moeder Tine bedenkt.

Dat is het rare. Nu dat je dat zegt. Hij is iemand die wat meer op zichzelf kan zitten, maar we mogen niet te ver weg zijn. Hij heeft zijn eigen kamer (…), en toch komt hij liever ergens dicht bij ons zitten. De dochter heeft dat ook wel graag, maar die gaat dan al rapper eens naar haar kamer trekken.

Het typische aan de thuisomgeving is dat ze doorgaans volop plaats én de nodige geborgenheid biedt voor dat eigen karakter en die eigen voorkeuren van individuele kinderen, ook als broers en zussen daarin erg verschillen. De vele mogelijkheden om het samen-apart zijn in te vullen, spelen daar een belangrijke rol in. Thibaut, Arend en Ruben zitten soms liever wat apart, maar dat doen zij wel tegen de heel vertrouwde aanwezigheid – op de achtergrond – van hun ouders. Hun zussen Thaïs, Amber en Renske zijn duidelijker in de keuzes die ze maken: ze zoeken heel vaak vriendinnen en ander gezelschap op, maar kunnen op andere momenten juist helemaal op zichzelf bezig zijn zonder dat de ouders in de buurt hoeven te zijn.

Eigen kamer

Dat de voorkeuren van kinderen hierin erg verschillen, wordt ook duidelijk in het al dan niet wensen of gebruiken van een eigen kamer.

Ouders proberen soms te stimuleren dat hun kind wat meer eigen tijd verwerft: bijvoorbeeld door het spelen en het huiswerk te willen verhuizen van de gedeelde woonkamer naar de aparte eigen kamer. Maar dat gaat soms tegen de wensen van de kinderen in. De twaalfjarige Cleo moet meer in haar eigen kamer studeren, “maar dat heeft ze wel echt als straf gezien,” zegt moeder Caroline: “dat was haar bureautje [in de woonkamer] en ze vond dat heel erg dat ze daar niet mocht blijven studeren; de andere twee [kinderen] mochten daar wel blijven, en ze snapte dat echt niet.”

Andere kinderen waarderen wel heel erg de eigen ruimte en tijd die een eigen kamer biedt, of verlangen daar sterk naar. De kamer geeft de gelegenheid om, weliswaar in de vertrouwde huiselijke omgeving, momenten voor jezelf te vinden. Heel veel kinderen gebruiken hun kamer nog niet zo vaak, maar hij is erg belangrijk om zich even terug te trekken: “als ik boos ben” (Charlotte), “als ik kwaad ben, of triest, of blij” (Bas), om er weer rustig te worden, of om na te denken.

Die eigen tijd wordt dan beschermd tegen anderen. Hoe weinig Cleo (12) ook op haar kamer zit, het is voor haar wel een belangrijke plek, die ze liever wat meer afgeschermd zou zien.

Alleen moet daar wel een deur komen. Ik heb alleen een gordijn, dus… Als er op mijn kamer iemand binnenkomt, dan begin ik altijd mijn preek uit te zeggen, dus ja. Dan maak ik Charlotte keibang, en bij Camille begin ik agressief te worden want anders begint die mij ook te stampen.

Ademruimte

Door tegelijk samen en apart bezig te zijn, vinden de oudere kinderen, leef je ook niet al teveel op elkaars lip: “Dan doet iedereen zijn zin en heb je niet veel problemen met elkaar en zo” (Cleo). Dagmar wijst op het wisselende karakter van het samen-apart zijn, wat ook maakt dat het anders is dan echt alleen zijn, terwijl het toch niet betekent dat je elkaar voor de voeten loopt.

Ik zit meestal op mijn kamer, en mama hier beneden aan het werken. Maar af en toe kom ik wel naar beneden en dan praten wij. Je merkt toch wel, als mama beneden zit, dat er iemand thuis is. Maar we hebben een redelijk groot huis, dus het is ook niet dat je mekaar zo constant ziet. De gemeenschappelijke ruimten zijn vooral de keuken en dan de televisie.

Dat er in het gezin zelden ruzie is over regels of taken, denkt Dagmar, heeft “ook te maken met dat we niet altijd bij mekaar zitten.”

*

De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen.

Wij interviewden 19 kinderen en 18 ouders uit 12 gezinnen over wat zij onder gezinstijd verstaan en hoe zij de tijd in het gezin beleven en waarderen. De meeste kinderen waren tussen 8 en 11 jaar oud. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire 

 

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).