De thuisomgeving is voor kinderen meestal een door en door sociale omgeving: kinderen brengen er de meeste tijd door samen met met hun ouder(s), broers of zussen. Toch zijn heel wat kinderen, vaak voor beperkte periodes, nu en dan alleen thuis: helemaal alleen of samen met broer of zus maar zonder volwassenen. Die ‘alleentijd’ is veel minder vanzelfsprekend dan de tijd waarin kinderen en ouders samen thuis zijn. Ouders maken zich er zorgen over, en ook voor kinderen heeft de tijd alleen een speciaal karakter dat soms enthousiasme en soms angst oproept.

Hoe waarderen kinderen hun tijd thuis alleen? Hoe gaan ouders ermee om, en hoe proberen zij hun eigen bezorgdheden en die van hun kinderen over de alleentijd wat te temperen?

Wij interviewden 19 kinderen en 18 ouders uit 12 gezinnen over wat zij onder gezinstijd verstaan en hoe zij de tijd in het gezin beleven en waarderen. De tijd thuis alleen riep daarin zowel bij ouders als bij kinderen ambivalente gevoelens op.

Een laatste oplossing?

Dat de kinderen alleen thuis zijn, gebeurt zelden zomaar. Er moet een reden voor zijn, meestal ‘omdat het nu eenmaal niet anders kan’. Antons kinderen zijn een paar dagen per week na school een uur alleen thuis. “Maar ja, er is geen andere oplossing,” zegt hij. Ouders kiezen haast nooit zelf om hun kinderen alleen thuis te laten en velen vermijden dat waar mogelijk. “Ik zou ze geen hele dag alleen laten,” zegt moeder Joke. “Als ik kan een oplossing vinden voor hen, dan ga ik dat zeker doen.” Leen doet haar boodschappen bewust als dochter Lente op school is. “Ze is wel groot genoeg om eens even alleen te zijn, en ik denk niet dat ze het erg vindt om eens vijf minuten alleen te zijn als ik naar de bakker ga. Maar dat moet toch niet elke dag of elke keer gebeuren hé.”

Kinderen zijn het vaakst alleen thuis na school, of wanneer een ouder andere kinderen moet ophalen. Dat heeft vaak een wat routineus karakter gekregen – het gebeurt elke week wel, bijvoorbeeld – en dat maakt het uiteindelijk wel haalbaar. Maar ’s avonds is de bezorgdheid van ouders meestal veel groter:

Gisterenavond was het nu wel ouderavond. Dat zijn een beetje de moeilijke momenten. Ik vind dan ook wel dat ik op die ouderavond moet zijn, maar dan zit ik toch zo met mijn hoofd thuis. Maar dat is allemaal goed gegaan. (…) Maar voor de rest gebeurt dat nooit, ik doe dat eigenlijk nooit. (…) Het gebeurt wel eens dat ik overdag nog even naar de winkel moet en dat ze niet mee wil – maar dat is ook uitzonderlijk – maar dan weet ik dat het overdag is, en dan vind ik het minder moeilijk dan gisteren. (Denise)

De meeste ouders hebben niet echt een concrete reden om uit te leggen waarom ze hun kinderen maar met tegenzin alleen (zouden) laten. Ze verwijzen al eens naar de mogelijkheid van brand of het uit de hand lopen van ruzies tussen de kinderen, maar de meesten drukken hun bezorgdheid eerder in algemene termen uit: ze doen het niet graag en zijn ongerust. “Het is niet dat wij die niet vertrouwen,” zegt moeder Caroline, “maar ik voel mij toch niet altijd goed bij.”

Dat kinderen zonder volwassenen thuis zijn, is in onze samenleving niet de norm. Gina legt uit dat haar mama haar en haar vriendinnen soms alleen thuis laat wanneer er vriendinnetjes komen spelen.

Maar het is nooit dat mijn vriendinnen aankomen en dat er niemand is: mijn mama blijft altijd tot mijn vriendinnen er zijn en dan pas gaat die weg. Want anders wil die mama van die kinderen dat niet meer omdat die denkt dat wij heel de dag alleen zijn… Dan vinden die dat een beetje gevaarlijk of zo [lacht].

En toch past alleen thuis zijn ook in het opgroeien van kinderen en de autonomie die ze daarbij gaandeweg verwerven. Greet geeft aan dat ze soms juist boodschappen gaat doen op een ogenblik dat haar elfjarige dochter Gina op haar eentje thuis is, terwijl ze dat ook tijdens de schooluren zou kunnen doen. Maar dat geeft de dochter de kans om ook eens alleen thuis te zijn. Gina zelf heeft alleen oog voor de bezorgdheid van haar moeder: “Mijn mama kan dat ook niet echt, lang wegblijven, want die is heel bezorgd altijd, ze denkt dat er dan iets gaat gebeuren en zo.”

Vaker dan de ouders zijn het de kinderen die er soms voor kiezen om alleen thuis te zijn. Dat gebeurt meest door aan te geven dat ze geen zin hebben om met een ouder mee te gaan als die gaat winkelen. Dat gaat dan om beperkte periodes die bovendien overdag vallen. Dat maakt het alleen laten/zijn voor ouders en voor kinderen heel wat makkelijker.

Als mijn mama en mijn zus gaan winkelen en ik heb echt geen zin om mee te gaan of zo. En dan geeft mijn mama haar telefoonnummer en dan zit ik naar tv te kijken en dan voel ik me gerust [lacht]. Of ik zit te tekenen. (Dana)

Soms is mama naar de winkel, en dan wil ik niet naar de winkel. En dan vraag ik of ik thuis mag blijven. (…) Het is nooit donker: het is altijd in de dag, de voormiddag, de namiddag. (Siebe)

Voor sommige kinderen is alleen thuis blijven iets waar ze al eens naar vragen, maar de meeste kinderen vragen dat zelden of nooit, en velen vinden het toch ook minder leuk.

Waardering door kinderen

We vroegen de geïnterviewde kinderen welke tijd zij het fijnste en het belangrijkste vonden: tijd thuis met de ouders, tijd thuis met vrienden, of tijd thuis alleen. Het zou namelijk kunnen dat kinderen die alleentijd waardevol vinden: ze zijn dan niet alleen heer en meester in hun eigen kamer (indien ze die hebben), maar ook in het hele huis. Dat blijkt echter niet uit de interviews. De tijd thuis alleen werd door de kinderen heel duidelijk als minder leuk en minder belangrijk beschouwd dan de tijd thuis met ouders of met vrienden. Het is zeker zo dat momenten alleen een heel eigen kwaliteitstijd kunnen zijn voor kinderen, en zij kunnen daar met veel plezier over vertellen. Maar bijna altijd is die ‘alleentijd’ een zeer tijdelijke, kort durende situatie, en zowel kinderen als ouders willen dat ook graag zo.

Kinderen vinden het heel belangrijk dat zij slechts tijdelijk alleen thuis zijn. Hoe zij het alleen-zijn waarderen, gebeurt altijd in contrast met de gewone tijd samen. Veel kinderen zijn niet graag echt alleen.

Alleen thuis is soms tof, maar nooit lang. Dan begint dat zo saai te worden. Dan kan je niet echt veel doen, je kan niet bellen van ‘kom eens af’ of zo, want dan mag je niet bellen omdat je alleen bent. Dan moet je alleen iets doen en dat is ook niet tof. (Gina)

Alleen zijn kan leuk zijn: het geeft kinderen autonomie

Zonder ouders in huis is er plots veel meer vrijheid om te doen wat je wil. “Dan heb je de tv voor u alleen, en ook een paar spellekes.” (Charlotte). “Mama kijkt ’s avonds vaak naar tv, naar programma’s die ik niet leuk vind. En als zij er niet zijn, dan kan ik kijken naar wat ik wil.” (Hanne). Thibaut kan op de computer als hij alleen thuis is: anders “zit papa daar altijd veel op, en dan kan ik er niet op”.  

Zo is er ook de gelegenheid om stiekem iets te doen: shoepjes eten, tv kijken als dat eigenlijk niet mag, rondneuzen in de kamer van broer of zus.

Kinderen kunnen ook de onafhankelijkheid op zich waarderen: “Ja, dat is wel eens tof om zonder uw ouders te zijn,” vindt Gina, “dan voelt ge u ook groter en zo.” Rozannes kinderen komen samen met de bus van school. “Dat is eigenlijk belachelijk, die school is vlakbij, ze kunnen ook te voet komen. Maar ja, voor Ruben, dat verantwoordelijkheidsgevoel met die sleutel, ik denk dat hij daarvan geniet.”

Oudere kinderen waarderen de gelegenheid om aan controle te ontsnappen en te doen wat je wil, zonder daarom speciaal naar die alleen-tijd te vragen.

Ja, dan kan ik helemaal doen wat ik wil! Dus [lacht]. Ja, dan kan ik doen wat ik wil zonder dat iemand een opmerking maakt over dat ik dat niet mag doen of zo. (Cleo)

Het is niet dat ik dat heel graag heb of niet graag doe, het is zo tussen de twee. Het is een keer een momentje voor jezelf, zo relax. Dat doe ik dan zo graag, je verzorgt jezelf een beetje, je kijkt wat televisie… (Jasmijn)

Alleen thuis zijn beperkt kinderen soms ook in hun mogelijkheden

Zonder ouders thuis zijn is voor Thaïs “soms leuk en soms ook niet”. Zoals haar moeder erkent, is er vaak ruzie wanneer ze met haar broer Thibaut samen thuis is. “Dan vechten we meestal, allez ja, niet echt mekaar verrot slaan, maar gewoon ruzie maken”, zegt Thibaut. Dan gaat Thaïs liever naar haar vriendinnetjes, die even verderop wonen. Maar daarvoor is toelating nodig, en het werk van de ouders maakt hen soms moeilijk bereikbaar of aanspreekbaar.

Als ik daar naartoe wil, dan kan ik wel bellen, maar mama kan ik niet bereiken want die zit dan in een meeting, en papa zit druk bezig op de computer. Dus soms kan ik die niet zo heel goed bereiken om [dat] te vragen. En dan zit ik hier zo alleen, allez, met mijn broer samen thuis. En dan maken we heel veel ruzie.

Bij iemand gaan spelen is om die reden ook niet eenvoudig.

Dan vraag ik dat aan mijn mama. En dan mag dat niet zo meestal, omdat dan… Ja… (…) Of [vriendinnen die] komen slapen: mama heeft erg drukke weken en papa ook, dus ja, dan is dat een beetje moeilijk.

Het werk van de ouders beperkt de mogelijkheden van de kinderen, en dan met name als kinderen afhankelijk zijn van de hulp of de toelating van hun ouders, zoals bij het uitnodigen van vrienden of zoals bij Thaïs die naar haar vriendinnen wil fietsen. De meeste ouders in kwestie erkennen dat overigens ook.

Veel kinderen vinden het eng om alleen thuis te zijn

Zonder de geruststellende aanwezigheid van de ouders is alleen thuis zijn soms wat beangstigend. Veel kinderen geven dat aan, zeker als het gaat over ’s avonds.

Ik blijf helemaal niet graag alleen thuis. Maar soms gebeurt dat, dan overtuigen mijn mama en mijn papa me dat ik alleen thuis moet blijven. Maar dan doe ik altijd de gordijnen toe en de deur op slot. Ik blijf niet graag alleen thuis, wel om dingen uit te spoken, maar dat is eng. (Lena)

Alleen zijn, dat is een beetje ‘benauwd’ zo. Een beetje raar. Als ge naar boven gaat en ge hoort een lawaai en ge weet dat er niemand thuis is, dan is dat een beetje akelig. (Arend)

Dana is zelden alleen thuis ’s avonds, maar als dat gebeurt, zegt ze, “dat vind ik wel een beetje eng, ik doe dan alle lichten aan”. Veel kinderen doen dat: zo maken ze de omgeving weer wat vertrouwder. Jade vindt het overdag niet eng: “Overdag niet, dan spelen we. Maar als het ’s nachts is, dan steken we nog een lampje aan in de keuken en hier. Alleen thuis zijn vind ik dan wel redelijk eng, zeker om naar boven te gaan.”

Renske is nooit helemaal alleen thuis, maar wel samen met haar broer. Ze maakt zich dan zorgen en zoals de meeste kinderen heeft ze vooral nood aan duidelijkheid:

Ik vind dat niet zo leuk. Soms ben ik dan bang dat er brand gaat komen. Ik heb dat niet graag dat ze weg zijn, maar dan vinden we wel altijd iets leuks om te doen. Maar soms duurt dat lang en ben ik bezorgd. Ze zeggen wel, ik ben even daar, maar ze zeggen niet hoe lang ze weg gaan zijn.

Meer duidelijkheid zou het alleen thuis zijn voor Renske dus makkelijker maken.

Alleen thuis zijn haalbaarder maken

Ouders laten hun kinderen niet zomaar alleen thuis. Het gebeurt met de nodige omzichtigheid.

Het kind met het aankunnen, de duur of ‘afstand’ van de afwezigheid wordt beperkt, het kind krijgt een aantal regels mee, en wordt omgeven door een veiligheidsnetwerk.

Verantwoordelijkheid

Of een kind alleen gelaten wordt, hangt niet zozeer samen met de leeftijd op zich, maar met het feit of het kind verantwoordelijk genoeg is.

Arend is wel heel verantwoordelijk. Amber is wel iets anders. Mocht Amber hier echt alleen zijn, dat is gewoon niet verantwoord. Maar Arend let daar heel goed op, tot nu toe. Want als wij aan Arend zeggen, je mag de tv niet aan zetten en de computer niet aanzetten, dan gaat hij dat ook niet doen, dat is een hele brave. (Alexandra)

Dat gebeurt, dit jaar ook meer en meer. Dat is opvoeden he, een stuk loslaten ook. Renske gaan we nooit alleen thuis laten. Maar Ruben durven we al eens alleen thuis laten, maar dat is dan maximum een uur en een half, twee uur. Dan heeft hij wel meestal iets te doen. We kunnen hem daar ook volledig in vertrouwen. Hij is daar echt heel betrouwbaar in. We moeten hem ook geen klus geven of zo, we weten dat hij zich gaat kunnen bezighouden. (Raf)

Een bezigheid

Omdat die zin voor verantwoordelijkheid toch vaak wat heikel is, zorgen andere ouders wel voor een bezigheid voor hun alleen thuis blijvende kinderen. Als Bas’ ouders in de buurt gaan winkelen en hij heeft geen zin om mee te gaan, “dan zet mama de tv aan, en dan wacht ik gewoon tot ze terug is” (Bas). Zo geeft moeder Birgit hem een bezigheid: “dan weten we dat hij niets anders gaat doen”. Ze liet Bas al een paar keer alleen, “maar wel zelden en ook voor een heel korte periode altijd, daar maak ik mij vaak zorgen over. Ik geef altijd aan waar hij op moet letten, want hij doet wel altijd iets wat ik niet voorzien had. Hij had bananenmilkshake gemaakt met een mixer! Ik doe dat alleen als ik een snelle boodschap moet doen.”

Voor even en niet ver weg

Ouders én kinderen geven, wanneer het gaat over alleen thuis blijven, bijna voortdurend spontaan aan dat het maar voor even was en dat de ouders niet ver weg waren – des te meer als het gaat over ‘voor het eerst (’s avonds) alleen thuis blijven’. Die nabijheid in tijd en ruimte is verreweg de belangrijkste manier om het alleen thuis zijn en alleen thuis laten van kinderen te vergemakkelijken. Zoals gezegd waarderen kinderen dat hun ouders maar even weg zijn, en ze hebben er ook graag duidelijkheid over.

Ruben vindt dat helemaal niet erg zolang dat dat niet te lang duurt. Hij weet dat wel graag op voorhand. Voor hem is dat heel belangrijk, tijd. Je moet tegen hem zeggen: tegen dat uur zijn we daar. Niet dat hij er zich echt ongerust in zal maken; hij wil een idee van hoelang we weg zijn. Wat wel normaal is denk ik. (Raf)

Net zo goed hebben ouders die nood aan geruststelling. Als Arend en Amber na school thuis komen is de poetsvrouw er soms, maar donderdag en vrijdag zijn de kinderen na school een uur alleen thuis. “Maar ik werk hier vlakbij,” zegt moeder Alexandra:

Dat is met de fiets drie minuten, dus dat geeft mij wel het gevoel, als er iets is, Arend kan mij bellen en op drie minuten sta ik thuis. Ik bel ook altijd een keer rond vier uur om te zien of ze goed aangekomen zijn. (Alexandra)

Een veiligheidsnetwerk

Kinderen worden dus omgeven met een soort veiligheidsnetwerk. Als dat nodig is, kunnen veel kinderen steeds bij de buren terecht.

We kunnen naar de bakker gaan, daar zijn we goeie vrienden mee. Die is net om de hoek. En naar onze buren kunnen we ook gaan. (Renske)

Vaakst genoemd is evenwel dat ouders en kinderen elkaar kunnen bellen: omdat het nodig is, of gewoon ter geruststelling.

Over de kinderen alleen thuis laten zegt Heleen: “Nee, dat proberen we niet teveel te doen, alleen als het niet anders kan. Ze doen dat ook niet zo heel graag. Zeker Hella vindt dat niet fijn als wij er niet zijn. (…) Ze hebben allebei de gsm-nummers. Ze kunnen ons op elk ogenblik bereiken. Vooral Hella belt soms voor niets, gewoon om niks te zeggen.”

De gsm maakt het alleen thuis laten van de kinderen zonder meer makkelijker. Moeder Greet: “Het ding is er nu, of ge er nu voor of tegen zijt. Op zo’n momenten is dat gewoon een veilig gevoel.”

*

De namen van kinderen en ouders zijn pseudoniemen. De meeste kinderen zijn tussen 8 en 11 jaar oud. Onderzoek met de steun van de Vlaamse Overheid.

Auteur: Johan Meire

Meer weten? Lees meer over gezinstijd op onze website of koop het boek Over vrijbuiters en ankertijd (2013).

 

Advertenties